Duitse grammatica

Duits·Basis

De tegenwoordige tijd

Zes uitgangen die overal gelijk zijn, en een groep werkwoorden die bij du en er van klinker wisselt.

6 stappen, 15 oefenzinnen

Oefenen

Zo loopt dit onderwerp

  1. 1Zes uitgangen, en verder alleen opletten bij du en er
  2. 2De uitgangen van het presens
  3. 3De gewone uitgangen
  4. 4De klinker wisselt
  5. 5sein, haben en werden
  6. 6Zelf een zin schrijven

Haal de -en van de infinitief af en je hebt de stam: machen wordt mach-, spielen wordt spiel-, arbeiten wordt arbeit-. Daar plak je de uitgang achter die bij de persoon hoort, en dat zijn er maar zes: -e, -st, -t, -en, -t, -en.

machenarbeitenfahren
ichmachearbeitefahre
dumachstarbeitestfährst
er / sie / esmachtarbeitetfährt
wirmachenarbeitenfahren
ihrmachtarbeitetfahrt
sie / Siemachenarbeitenfahren

Een e ertussen als je het anders niet kunt zeggen

Eindigt de stam op -t, -d of op een medeklinker plus -n of -m, dan schuift er een e voor de uitgang. Dat is geen regel om te onthouden maar iets om te horen: "du arbeitst" krijg je je mond niet uit, "du arbeitest" wel. Zo ook du findest, er redet, du atmest.

De klinkerwissel bij du en er

Een flinke groep werkwoorden verandert zijn klinker, maar alleen bij du en er/sie/es. Bij ich, wir, ihr en sie gebeurt er niets. Er zijn drie soorten wisseling.

WisselingInfinitiefduer / sie / es
a → äfahrendu fährster fährt
a → äschlafendu schläfster schläft
e → isprechendu sprichster spricht
e → igebendu gibster gibt
e → iesehendu siehster sieht
e → ielesendu liester liest

sein en haben doen niets van dit alles

Deze twee komen in bijna elke Duitse zin voor, en straks nog een keer als hulpwerkwoord bij de Perfekt. Ze zijn onregelmatig van boven tot onder, dus die leer je één avond en daarna heb je er het hele jaar profijt van.

seinhabenwerden
ichbinhabewerde
dubisthastwirst
er / sie / esisthatwird
wirsindhabenwerden
ihrseidhabtwerdet
sie / Siesindhabenwerden

Veelgestelde vragen

Bij welke personen wisselt de klinker van een Duits werkwoord?

Alleen bij du en er/sie/es. Bij ich, wir, ihr en sie blijft de klinker van de infinitief staan: ich fahre, du fährst, er fährt, wir fahren.

Wanneer komt er een e voor de uitgang?

Als de stam op -t of -d eindigt, of op een medeklinker plus n of m. Dan wordt het du arbeitest, er redet, du atmest. Zonder die e krijg je het woord niet uitgesproken.

Nu zelf invullen

15 zinnen om zelf te maken. Bij elk antwoord staat in één zin waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Geschreven door

Daniël van Egdom

Ik ben scholier en gebruikte zelf van alles om woordjes mee te leren. Voor een mondeling was er niets dat verder kwam dan een lijst overhoren, dus ben ik Woordvos gaan bouwen.

Meer duits grammatica

Verder lezen