Duits·Basis
Modale werkwoorden
können, müssen, dürfen, wollen, sollen en mögen: zij worden vervoegd, en het andere werkwoord gaat kaal naar achteren.
Meteen oefenen
5 stappen, 11 oefenzinnen.
Zo loopt dit onderdeel
- 1Zes werkwoorden die een ander werkwoord meenemenLezen: de regel met de voorbeelden erbij.
- 2De vier die je het meest gebruiktDe tabel zelf invullen, tot hij helemaal klopt.
- 3De vorm en de plek5 zinnen om zelf te maken.
- 4Waar staat het tweede werkwoord?3 zinnen om zelf te maken.
- 5Zelf een zin schrijven3 zinnen om zelf te maken.
Een modaal werkwoord zegt niet wat er gebeurt maar hoe je ertegenaan kijkt: of het kan, moet, mag of dat je het wilt. Het staat daarom nooit alleen; er hoort een tweede werkwoord bij, en dat blijft in de infinitief en gaat naar het eind van de zin.
Ich kann gut schwimmen.
onderwerp modaal de rest infinitief
Wir müssen morgen arbeiten.
Alle zes op een rij
| Werkwoord | Betekenis | ich | du | er |
|---|---|---|---|---|
| können | kunnen | kann | kannst | kann |
| müssen | moeten | muss | musst | muss |
| dürfen | mogen (toestemming) | darf | darfst | darf |
| wollen | willen | will | willst | will |
| sollen | moeten (van een ander) | soll | sollst | soll |
| mögen | houden van | mag | magst | mag |
Kijk naar de kolommen ich en er: die zijn bij alle zes gelijk, en allebei zonder uitgang. Dat is het kenmerk van een modaal werkwoord, en het is meteen de vorm waar Nederlanders het vaakst een -t achter zetten die er niet hoort.
| können | müssen | dürfen | wollen | |
|---|---|---|---|---|
| ich | kann | muss | darf | will |
| du | kannst | musst | darfst | willst |
| er / sie / es | kann | muss | darf | will |
| wir | können | müssen | dürfen | wollen |
| ihr | könnt | müsst | dürft | wollt |
Twee paren die je uit elkaar moet houden
- können is kunnen, dürfen is mogen. Ich kann schwimmen betekent dat ik het geleerd heb; ich darf schwimmen betekent dat het van iemand mag.
- müssen komt van jezelf of van de omstandigheden, sollen komt van een ander. Ich muss lernen (anders zak ik); ich soll lernen (mijn moeder zegt het).
- mögen is houden van, en in de vorm möchte is het "zou graag willen": ich möchte einen Kaffee. Dat is de beleefde manier om iets te bestellen.
Veelgestelde vragen
- Waarom is het ich kann en niet ich kanne?
- Omdat modale werkwoorden bij ich en er geen uitgang krijgen. Dat geldt voor alle zes: ich kann, ich muss, ich darf, ich will, ich soll, ich mag.
- Wat is het verschil tussen müssen en sollen?
- müssen komt van binnenuit of van de omstandigheden: ich muss lernen, anders zak ik. sollen komt van iemand anders: ich soll lernen, want mijn ouders zeggen het.