Lijsten
Mondelingen
Frans leren op Woordvos
De vijfduizend meest gebruikte Franse woorden staan klaar, met le of la erbij en bij de meeste een voorbeeldzin. Accenten tellen mee bij het nakijken, want où is iets anders dan ou, en je krijgt te zien dat het daarop misging.
Daarnaast staan er tien mondelingen klaar, van `Au restaurant` tot `Over je vakantie praten`, die je in vier stappen van losse woorden naar een echt gesprek brengen.
Franse grammatica
Van de tegenwoordige tijd tot de subjonctif, en van le of la tot de plaats van y en en. Elk onderdeel begint met de les en de tabel, daarna vul je die tabel zelf in, en daarna schrijf je de vormen in hele zinnen op.
- De tegenwoordige tijdDrie groepen uitgangen, en een stam die soms een accent of een extra letter krijgt.
- De onregelmatige werkwoordenTwintig werkwoorden die zich nergens iets van aantrekken, en die je in elke zin nodig hebt.
- De passé composéHulpwerkwoord plus deelwoord, en de vraag is welk hulpwerkwoord.
- De imparfaitEén stam uit de nous-vorm, één rijtje uitgangen, en één uitzondering.
- Imparfait of passé composéDe achtergrond staat in de imparfait, wat er gebeurt in de passé composé.
- De plus-que-parfaitWat er nog vóór het verleden gebeurde: hij was al vertrokken toen ik aankwam.
- De toekomende tijdTwee manieren: je vais partir voor straks, je partirai voor later.
- De conditionnelWat je zou doen, en hoe je beleefd iets vraagt.
- De passé simpleDe verleden tijd uit boeken: je hoeft hem niet te schrijven, wel te herkennen.
- De gebiedende wijsRegarde ! Allons-y ! Ne parlez pas ! En waar het voornaamwoord dan staat.
- Wederkerende werkwoordenJe me lève, il se dépêche, en in de verleden tijd altijd être.
- Werkwoord plus infinitiefcommencer à, décider de, vouloir: het voorzetsel hoort bij het eerste werkwoord.
- De subjonctifWat er na il faut que en na een gevoel komt: geen feit, maar een wens.
- Het gérondifEn mangeant, en lisant: twee dingen tegelijk, of hoe je iets doet.
- De lijdende vormLa maison a été construite, en waarom Fransen liever "on" zeggen.
- Het deelwoord aanpassenJe les ai vus: waarom daar een s staat en in j’ai vu les films niet.
- De lidwoordenle, un en du, en waarom er na een ontkenning altijd de staat.
- Het meervoudEen s die je niet hoort, en een handvol woorden op -aux die je wel hoort.
- Het bijvoeglijk naamwoordHet past zich aan het woord aan, en het staat meestal áchter dat woord.
- Het bijwoordlentement, vraiment, couramment, en waar zo’n woord in de zin staat.
- Vergelijkenplus … que, le plus … de, en de twee woorden die zich niet aan de regel houden.
- Getallen, tijd en datumquatre-vingt-dix, il est huit heures et quart, le premier mai.
- De persoonlijke voornaamwoordenJe le vois, je lui parle: het staat vóór het werkwoord, en le is niet lui.
- y en enTwee letters die een heel zinsdeel vervangen: j’y vais, j’en ai trois.
- Het bezittelijk voornaamwoordson vélo is zijn fiets én haar fiets: het woord buigt met het ding mee.
- Het aanwijzend voornaamwoordce, cet, cette, ces, en celui-ci voor "deze hier".
- De betrekkelijke voornaamwoordenqui, que, dont en où: vier woordjes die twee zinnen aan elkaar knopen.
- Tout, chaque en de resttous les jours, chaque fois, quelqu’un, plusieurs, aucun.
- De ontkenningTwee woordjes om het werkwoord heen: ne … pas, ne … jamais, ne … que.
- Vragen stellenDrie manieren: met je stem, met est-ce que, of door om te draaien.
- De voorzetselsen France, au Portugal, chez moi, depuis deux ans.
- Voegwoorden en woordvolgordeet, mais, donc, parce que, en waarom een Franse zin niet omdraait.
- De indirecte redeIemand navertellen: il a dit qu’il était fatigué.
Lezen over Frans
- Franse uitspraak: de klanken en de liaisonsFrans schrijf je anders dan je het zegt. Deze zes klanken en één verbindingsregel halen het meeste Nederlands uit je Frans.
- Mondeling Frans voorbereiden zonder een tekst uit je hoofd te lerenEen ingestudeerd verhaal stort in bij de eerste vraag die je niet zag aankomen. Wat wel werkt zijn brokken die je overal in kunt zetten.
- Franse werkwoorden: waarom vier vormen hetzelfde klinkenJe parle, tu parles, il parle en ils parlent klinken precies eender. Daarom moet je vervoegingen typen en niet overhoren.
- Le of la: de uitgangen die het bijna altijd verradenBijna elke uitgang verraadt of een woord le of la krijgt. Twintig regels die samen het overgrote deel van de woordenlijst afdekken.
- Franse woordjes leren: le, la en de letters die je niet hoortWaarom je bij de helft van je woorden het geslacht nooit gezien hebt, en welke twaalf uitgangen het wel verraden.