Duitse grammatica

Duits·Bovenbouw

Scheidbare werkwoorden

Het voorvoegsel schiet los en gaat helemaal naar het eind van de zin.

4 stappen, 10 oefenzinnen

Oefenen

Zo loopt dit onderwerp

  1. 1Een werkwoord dat in tweeën breekt
  2. 2Waar komt het voorvoegsel terecht?
  3. 3Als het werkwoord heel blijft
  4. 4Zelf een zin schrijven

Nederlands doet het ook: "opstaan" wordt "ik sta om zeven uur op". Duits doet precies hetzelfde met aufstehen: ich stehe um sieben Uhr auf. Het voorvoegsel schiet los en gaat naar de laatste plek van de zin.

aufstehen -> Ich stehe um sieben Uhr auf.

einkaufen -> Wir kaufen im Supermarkt ein.

mitkommen -> Kommst du heute Abend mit?

Welke voorvoegsels breken los?

Er is een goede vuistregel: kan het voorvoegsel ook los als woordje bestaan, dan breekt het los. auf, an, aus, ein, mit, ab, zu, vor, nach, weg, zurück zijn allemaal ook gewone woorden, en ze gaan allemaal naar achteren.

De vaste voorvoegsels zijn de andere kant: be-, ge-, er-, ver-, zer-, ent-, emp-, miss-. Die bestaan niet als los woord, en ze blijven vastzitten: ich besuche, ich verstehe, ich erzähle.

SoortVoorvoegselsIn de zin
Scheidbaarauf, an, aus, ein, mit, ab, zu, vor, weg, zurückIch stehe auf.
Vastbe-, ge-, er-, ver-, zer-, ent-, emp-, miss-Ich besuche dich.

Wanneer blijft het aan elkaar?

Het voorvoegsel breekt alleen los als het werkwoord vervoegd op plek twee staat. Blijft het werkwoord heel, dan blijft het ook aan elkaar geplakt.

  • Na een modaal werkwoord: Ich muss früh aufstehen. Het staat achteraan als infinitief, dus aan elkaar.
  • In een bijzin: Ich weiß, dass er früh aufsteht. Het werkwoord staat achteraan, dus het voorvoegsel plakt eraan vast.
  • In de Perfekt schuift het ge- ertussenin: Ich bin früh aufgestanden.
  • Met zu schuift die zu ertussen: Ich habe keine Lust, früh aufzustehen.

Veelgestelde vragen

Hoe weet ik of een Duits werkwoord scheidbaar is?

Kan het voorvoegsel ook als los woord bestaan (auf, an, mit, ein, ab, zurück), dan is het scheidbaar. Kan dat niet (be-, ver-, er-, ent-, ge-, zer-), dan blijft het vastzitten.

Waar staat het voorvoegsel in de Perfekt?

Ertussenin, met het ge- daarna: aufstehen wordt aufgestanden, einkaufen wordt eingekauft, mitkommen wordt mitgekommen.

Nu zelf invullen

10 zinnen om zelf te maken. Bij elk antwoord staat in één zin waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Geschreven door

Daniël van Egdom

Ik ben scholier en gebruikte zelf van alles om woordjes mee te leren. Voor een mondeling was er niets dat verder kwam dan een lijst overhoren, dus ben ik Woordvos gaan bouwen.

Meer duits grammatica