Engelse grammatica

Engels·Bovenbouw

Who, which of that

Mensen krijgen who, dingen krijgen which, en that mag bij allebei.

4 stappen, 8 oefenzinnen

Oefenen

Zo loopt dit onderwerp

  1. 1Twee zinnen aan elkaar knopen
  2. 2Welk voornaamwoord?
  3. 3Weglaten of niet
  4. 4Zelf een zin schrijven

Een betrekkelijke bijzin plakt extra informatie aan een woord dat er al staat: The man who lives next door is a teacher. Welk voornaamwoord je pakt, hangt af van wat voor woord dat is.

VoornaamwoordWaarvoorVoorbeeld
whomensenThe man who lives next door.
whichdingen en dierenThe book which I bought.
thatallebei, informelerThe book that I bought.
whosebezitThe girl whose bike was stolen.
whereeen plaatsThe town where I grew up.
wheneen tijdThe day when we met.

Wanneer mag je hem weglaten?

Als er meteen na het voornaamwoord een nieuw onderwerp komt, mag het voornaamwoord weg. Is het voornaamwoord zelf het onderwerp, dan moet het blijven staan.

The book (that) I bought. -> I is het onderwerp, dus that mag weg

The man who lives next door. -> who is het onderwerp, dus who blijft

Met of zonder komma’s

Zonder komma’s vertelt de bijzin welke je bedoelt, en die informatie is nodig. Met komma’s is het een terzijde dat je ook had kunnen weglaten. Dat verschil verandert de betekenis.

My brother who lives in Rome is a chef. -> ik heb meer broers

My brother, who lives in Rome, is a chef. -> ik heb er één, en die woont in Rome

Veelgestelde vragen

Wanneer mag ik that weglaten?

Als er meteen na het voornaamwoord een nieuw onderwerp komt: the book (that) I bought. Is het voornaamwoord zelf het onderwerp, dan moet het blijven: the man who lives here.

Nu zelf invullen

8 zinnen om zelf te maken. Bij elk antwoord staat in één zin waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Geschreven door

Daniël van Egdom

Ik ben scholier en gebruikte zelf van alles om woordjes mee te leren. Voor een mondeling was er niets dat verder kwam dan een lijst overhoren, dus ben ik Woordvos gaan bouwen.

Meer engels grammatica