Engels
Engelse grammatica
De tijden, de hulpwerkwoorden en de plek van het bijwoord. Steeds met de nadruk op wat er misgaat doordat het Nederlands het net even anders doet.
Present simple of continuous
BasisDe ene gaat over hoe het altijd is, de andere over wat er nú aan de hand is.
8 zinnen om te oefenen
Present perfect of past simple
BovenbouwZodra je zegt wannéér het gebeurde, kan de present perfect niet meer.
8 zinnen om te oefenen
Vragen en ontkenningen met do
BasisZonder hulpwerkwoord in de zin springt do erin, en dan verdwijnt de -s bij het werkwoord.
8 zinnen om te oefenen
De onregelmatige werkwoorden
BovenbouwDrie kolommen, geen regel: de enige weg is ze in groepjes leren die op elkaar lijken.
8 zinnen om te oefenen
Bijvoeglijk naamwoord of bijwoord
BovenbouwZegt het iets over een ding, of over hoe iets gebeurt? Dat laatste krijgt -ly.
8 zinnen om te oefenen
Grammatica en woordjes horen bij elkaar
Een regel zonder woorden om hem op toe te passen blijft een rijtje, en woorden zonder regel blijven losse briefjes. Wissel het daarom af: een kwartier woorden leren en dan een regel hier, of andersom. In een mondeling komen ze vanzelf samen.