Engels·Bovenbouw
De woordvolgorde
Onderwerp, werkwoord, voorwerp, en niets ertussen. En de bijwoorden hebben hun eigen plek.
Meteen oefenen
3 stappen, 6 oefenzinnen.
Zo loopt dit onderdeel
- 1Onderwerp, werkwoord, voorwerpLezen: de regel met de voorbeelden erbij.
- 2Waar staat wat?4 zinnen om zelf te maken.
- 3Zelf een zin schrijven2 zinnen om zelf te maken.
Engels heeft bijna geen naamvallen, dus de volgorde moet het werk doen: wie er vooraan staat is de dader. Daarom ligt die volgorde veel vaster dan in het Nederlands of het Duits.
I speak English at school every day.
wie doet wat waar wanneer
Plaats voor tijd
Staat er allebei een plaats en een tijd in de zin, dan komt de plaats eerst. Precies andersom dan in het Duits.
I went to London last week. plaats, dan tijd
Last week I went to London. of de tijd helemaal vooraan
Bijwoorden van frequentie
always, usually, often, sometimes, never staan vóór het gewone werkwoord, maar ná be en ná het eerste hulpwerkwoord.
| Regel | Voorbeeld |
|---|---|
| vóór een gewoon werkwoord | I often go to the cinema. |
| ná be | She is always late. |
| ná het eerste hulpwerkwoord | I have never been to Rome. |
| ná een modal | You can always call me. |
Veelgestelde vragen
- Waarom is "I speak well English" fout?
- Omdat er in het Engels niets tussen het werkwoord en zijn lijdend voorwerp mag staan. Het bijwoord komt erachter: I speak English well.