Franse grammatica

Frans·Bovenbouw

De passé composé

avoir of être, plus een voltooid deelwoord dat soms met het onderwerp meebuigt.

Meteen oefenen

8 zinnen, drie trappen per zin.

Oefenen

De passé composé is de verleden tijd waarin een Fransman vertelt wat er gebeurde. Hij bestaat uit twee delen: een hulpwerkwoord in de tegenwoordige tijd, en het voltooid deelwoord.

J’ai mangé une pizza. (avoir + deelwoord)

Je suis allé au cinéma. (être + deelwoord)

Het deelwoord maken

GroepUitgangVoorbeeld
-erparler → parlé
-ir-ifinir → fini
-re-uvendre → vendu

Daarnaast is er een groep die je uit je hoofd leert: avoir → eu, être → été, faire → fait, prendre → pris, voir → vu, mettre → mis, écrire → écrit, lire → lu, venir → venu, pouvoir → pu, vouloir → voulu, devoir → dû.

Wanneer être?

Bijna alles krijgt avoir. Alleen twee groepen krijgen être: alle wederkerende werkwoorden (se laver, se lever, s’amuser), en een vaste lijst van een stuk of vijftien werkwoorden van komen, gaan en blijven.

  • aller / venir, arriver / partir
  • entrer / sortir, monter / descendre
  • naître / mourir, rester, tomber, retourner, devenir, passer (langsgaan)

De ontkenning valt eromheen

In een ontkende zin staan ne en pas om het hulpwerkwoord heen, niet om het deelwoord: *Je n’ai pas mangé.* Hetzelfde geldt voor de voornaamwoorden: die gaan vóór het hulpwerkwoord staan.

Veelgestelde vragen

Welke Franse werkwoorden krijgen être in de passé composé?
Alle wederkerende werkwoorden, plus een vaste lijst van ongeveer vijftien: aller, venir, arriver, partir, entrer, sortir, monter, descendre, naître, mourir, rester, tomber, retourner, devenir en passer.
Wanneer komt er een -e achter het deelwoord?
Als het hulpwerkwoord être is en het onderwerp vrouwelijk: elle est partie. Is het onderwerp meervoud, dan komt er een -s bij: ils sont partis, elles sont parties. Met avoir gebeurt dit niet.
Waar staat pas in de passé composé?
Tussen het hulpwerkwoord en het deelwoord: je n’ai pas vu, elle n’est pas venue. Ne en pas klemmen dus alleen het hulpwerkwoord in.

Nu zelf invullen

Lezen gaat vanzelf; opschrijven is waar het blijft hangen. 8 zinnen, en bij elk antwoord staat er in één zin bij waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Andere onderwerpen in het Frans

Verder lezen