Engelse grammatica

Engels·Bovenbouw

De past perfect

Twee dingen in het verleden, en de past perfect zegt welke het eerst was.

Meteen oefenen

3 stappen, 6 oefenzinnen.

Oefenen

Zo loopt dit onderdeel

  1. 1Het verleden van het verledenLezen: de regel met de voorbeelden erbij.
  2. 2Welke gebeurtenis was eerst?4 zinnen om zelf te maken.
  3. 3Zelf een zin schrijven2 zinnen om zelf te maken.

Vertel je over gisteren, en verwijs je naar iets van eergisteren, dan heb je een tijd nodig die nog een stap terug gaat. Dat is de past perfect: had plus het voltooid deelwoord.

When I arrived, the film had already started.

2e gebeurtenis 1e gebeurtenis

She was tired because she had worked all day.

Wanneer heb je hem nodig?

Alleen als de volgorde er echt toe doet. Vertel je twee dingen gewoon op volgorde, dan mag alles in de past simple: I got up, had breakfast and left. Pas als je terugspringt in de tijd, komt de past perfect in beeld.

  • Na when, after, before, because, by the time: By the time we arrived, they had left.
  • In de indirecte rede schuift de past simple een stap op: "I saw him" wordt He said he had seen him.
  • In een derde conditional: If I had known, I would have come.

Veelgestelde vragen

Wanneer gebruik ik de past perfect?
Als je binnen een verhaal in het verleden nog een stap verder terug wijst. Vertel je gewoon op volgorde, dan is de past simple genoeg.

Nu zelf invullen

Lezen gaat vanzelf; opschrijven is waar het blijft hangen. 6 zinnen om zelf te maken, en bij elk antwoord staat er in één zin bij waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Andere onderwerpen in het Engels