Franse grammatica

Frans·Examen

De indirecte rede

Iemand navertellen: il a dit qu’il était fatigué.

Meteen oefenen

3 stappen, 7 oefenzinnen.

Oefenen

Zo loopt dit onderdeel

  1. 1Wat iemand zei, in je eigen zinLezen: de regel met de voorbeelden erbij.
  2. 2De tijden na een verleden tijdDe tabel zelf invullen, tot hij helemaal klopt.
  3. 3Navertellen7 zinnen om zelf te maken.

Vertel je na wat iemand zei, dan verdwijnen de aanhalingstekens en komt er een verbindingswoord. Welk woord dat is, hangt af van het soort zin.

soort zinverbindingswoordvoorbeeld
gewone zinqueIl dit qu’il est fatigué.
ja-neevraagsiIl demande si tu viens.
vraag met "wat"ce que / ce quiIl demande ce que tu fais.
vraag met vraagwoordhet vraagwoord zelfIl demande où tu habites.
bevelde + infinitiefIl me dit de partir.

Als het inleidende werkwoord in het verleden staat

directe redena "il a dit que…"
présent (je viens)imparfait
passé composé (je suis venu)plus-que-parfait
futur (je viendrai)conditionnel
imparfait (je venais)imparfait

Ook de persoonlijke voornaamwoorden schuiven mee: *"Je suis fatigué", dit Paul* wordt *Paul dit qu’il est fatigué*. En bij een verleden tijd verhuizen ook de tijdswoorden: hier wordt *la veille*, demain wordt *le lendemain*, aujourd’hui wordt *ce jour-là*.

Veelgestelde vragen

Hoe vertel je een vraag na in het Frans?
Een ja-neevraag met si (il demande si tu viens), een vraag met een vraagwoord met dat woord zelf (il demande où tu habites), en qu’est-ce que wordt ce que. De omkering verdwijnt altijd.
Wat gebeurt er met de tijd na il a dit que?
Alles schuift een stap terug: présent wordt imparfait, passé composé wordt plus-que-parfait en futur wordt conditionnel. De imparfait blijft zoals hij is.

Nu zelf invullen

Lezen gaat vanzelf; opschrijven is waar het blijft hangen. 7 zinnen om zelf te maken, en bij elk antwoord staat er in één zin bij waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Andere onderwerpen in het Frans