Franse grammatica

Frans·Basis

De ontkenning

Twee woordjes om het werkwoord heen: ne … pas, ne … jamais, ne … que.

Meteen oefenen

4 stappen, 11 oefenzinnen.

Oefenen

Zo loopt dit onderdeel

  1. 1Twee stukken om het werkwoordLezen: de regel met de voorbeelden erbij.
  2. 2De ontkenningenDe tabel zelf invullen, tot hij helemaal klopt.
  3. 3De plaats van ne en pas6 zinnen om zelf te maken.
  4. 4Hele zinnen ontkennen5 zinnen om zelf te maken.

Een Franse ontkenning heeft twee delen. ne komt vóór het vervoegde werkwoord, het tweede woord erachter. Voor een klinker wordt ne tot n’.

betekenisvormvoorbeeld
nietne … pasJe ne parle pas.
nooitne … jamaisIl ne vient jamais.
nietsne … rienJe ne vois rien.
niemandne … personneJe ne vois personne.
niet meerne … plusElle n’habite plus ici.
nog nietne … pas encoreJe n’ai pas encore mangé.
alleen maarne … queJe n’ai que dix euros.

In de verleden tijd

De twee stukken klemmen om het hulpwerkwoord, niet om het deelwoord: *Je n’ai pas mangé.* Alleen personne, aucun en que gaan naar achteren: *Je n’ai vu personne.*

Je n’ai pas mangé. Je n’ai rien vu.

Il n’est jamais venu. Je n’ai vu personne.

Je ne vais pas manger. ← futur proche: om aller heen

Je te dis de ne pas venir. ← infinitief: allebei ervoor

Voornaamwoorden blijven binnen de klem

Je ne le vois pas.

Je ne me lève pas.

Il ne nous en a pas parlé.

Staat het ontkennende woord vooraan als onderwerp, dan blijft ne op zijn plek: Personne ne vient. Rien ne marche. In gesproken Frans laat men die ne vaak weg (*je sais pas*), maar schrijven doe je hem altijd.

Veelgestelde vragen

Waar staan ne en pas in een Franse zin?
Ne komt vóór het vervoegde werkwoord en pas erachter: je ne parle pas. In de passé composé klemmen ze om het hulpwerkwoord: je n’ai pas mangé.
Wat gebeurt er met het lidwoord na een ontkenning?
Un, une, du, de la en des worden de: je n’ai pas de chien, je ne bois pas de café. Le, la en les blijven staan, en na être verandert er niets.
Mag je ne weglaten?
In gesproken Frans gebeurt dat voortdurend (je sais pas), maar in geschreven Frans is het fout. Op school schrijf je hem dus altijd.

Nu zelf invullen

Lezen gaat vanzelf; opschrijven is waar het blijft hangen. 11 zinnen om zelf te maken, en bij elk antwoord staat er in één zin bij waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Andere onderwerpen in het Frans