Latijn·Bovenbouw
Futurum en plusquamperfectum
Wat er nog komt, en wat er al gebeurd was voordat het verhaal begon.
Meteen oefenen
4 stappen, 9 oefenzinnen.
Zo loopt dit onderdeel
- 1Drie tijden die je aan één lettergreep herkentLezen: de regel met de voorbeelden erbij.
- 2Het futurum4 zinnen om zelf te maken.
- 3Plusquamperfectum3 zinnen om zelf te maken.
- 4Zelf een zin schrijven2 zinnen om zelf te maken.
Latijn bouwt zijn tijden op één manier: stam + kenmerk + persoonsuitgang. Ken je de kenmerken, dan kun je elke vorm uit elkaar halen zonder hem ooit gezien te hebben.
| Tijd | Kenmerk | Voorbeeld |
|---|---|---|
| imperfectum | -ba- | amabat |
| futurum (1e en 2e conj.) | -bi- | amabit |
| futurum (3e en 4e conj.) | -a- / -e- | reget, audiet |
| plusquamperfectum | -era- op de perfectumstam | amaverat |
| futurum exactum | -eri- op de perfectumstam | amaverit |
Het futurum heeft twee gedaantes
Bij de eerste en tweede conjugatie is het -bo, -bis, -bit, -bimus, -bitis, -bunt. Bij de derde en vierde is het -am, -es, -et, -emus, -etis, -ent. Dat is verwarrend, want die tweede lijkt op het praesens van de tweede conjugatie.
| amare (1e) | regere (3e) | esse | |
|---|---|---|---|
| ego | amabo | regam | ero |
| tu | amabis | reges | eris |
| is | amabit | reget | erit |
| nos | amabimus | regemus | erimus |
| vos | amabitis | regetis | eritis |
| ei | amabunt | regent | erunt |
Het plusquamperfectum: eram achter de perfectumstam
Neem de perfectumstam en plak er de vormen van eram achter: amaveram, amaveras, amaverat. Het betekent "ik had liefgehad": iets dat al gebeurd was voordat het verhaal begon.
Cum venissem, iam abierat. toen ik kwam, was hij al weg
Caesar, qui Galliam vicerat, Romam rediit.
Het futurum exactum: ero achter de perfectumstam
Hetzelfde, maar dan met ero: amavero, amaveris, amaverit. Het betekent "ik zal liefgehad hebben", en je komt het vooral tegen in een bijzin: als ik dit gedaan zal hebben, dan...
Veelgestelde vragen
- Waarom heeft het futurum twee vormen?
- Historisch zijn het twee verschillende systemen. De eerste en tweede conjugatie gebruiken -bi- (amabit), de derde en vierde -a- of -e- (reget, audiet). Je moet dus weten bij welke conjugatie een werkwoord hoort.