Latijnse grammatica

Latijn·Basis

Het praesens

Zes persoonsuitgangen, vier conjugaties, en de klinker die het verschil maakt.

Meteen oefenen

6 stappen, 11 oefenzinnen.

Oefenen

Zo loopt dit onderdeel

  1. 1De uitgang zegt wie het doetLezen: de regel met de voorbeelden erbij.
  2. 2De vier conjugatiesDe tabel zelf invullen, tot hij helemaal klopt.
  3. 3esse in drie tijdenDe tabel zelf invullen, tot hij helemaal klopt.
  4. 4De persoonsuitgangen5 zinnen om zelf te maken.
  5. 5esse en posse4 zinnen om zelf te maken.
  6. 6Zelf een zin schrijven2 zinnen om zelf te maken.

amo is "ik heb lief", amas is "jij hebt lief", amat is "hij heeft lief". Er staat nergens "ik" of "jij"; dat zit in de uitgang. Daarom bestaat een Latijnse zin vaak uit één woord.

PersoonUitgangBetekenis
1e enkelvoud-o (of -m)ik
2e enkelvoud-sjij
3e enkelvoud-thij, zij, het
1e meervoud-muswij
2e meervoud-tisjullie
3e meervoud-ntzij

De vier conjugaties

Wat er vóór de uitgang staat, hangt af van de klinker van de infinitief. Die vier groepen heten de conjugaties, en je ziet ze aan de infinitief in je woordenlijst.

ConjugatieInfinitiefikhijzij (mv.)
1e (a)amareamoamatamant
2e (e)moneremoneomonetmonent
3e (medeklinker)regereregoregitregunt
3e op -iocaperecapiocapitcapiunt
4e (i)audireaudioauditaudiunt
1e: amare2e: monere4e: audire
egoamomoneoaudio
tuamasmonesaudis
is / eaamatmonetaudit
nosamamusmonemusaudimus
vosamatismonetisauditis
ei / eaeamantmonentaudiunt

esse en posse

esse (zijn) is onregelmatig en staat in bijna elke zin, dus die leer je gewoon uit je hoofd. posse (kunnen) is esse met pos- of pot- ervoor: possum, potes, potest, possumus, potestis, possunt.

praesensimperfectumfuturum
egosumeramero
tueseraseris
isesteraterit
nossumuseramuserimus
vosestiseratiseritis
eisunteranterunt

Veelgestelde vragen

Waarom staat er in een Latijnse zin vaak geen onderwerp?
Omdat de uitgang van het werkwoord al zegt wie het doet. amo is "ik heb lief", en ego hoef je er alleen bij te zetten als je de nadruk erop wilt leggen.
Hoe zie ik bij welke conjugatie een werkwoord hoort?
Aan de infinitief: -are is de eerste, -ere met een lange e de tweede, -ere met een korte e de derde, en -ire de vierde. In je woordenlijst staan die vormen erbij.

Nu zelf invullen

Lezen gaat vanzelf; opschrijven is waar het blijft hangen. 11 zinnen om zelf te maken, en bij elk antwoord staat er in één zin bij waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Andere onderwerpen in het Latijn