Mondeling·4 min lezen
Mondeling Engels: je verstaat alles en dan moet je zelf praten
Bij Engels denkt iedereen dat voorbereiden niet nodig is. Precies daarom zakt het gesprek na twee zinnen in.
Voor Duits en Frans bereidt iedereen zich voor. Voor Engels niet, want je verstaat het en je praat het weleens online. En dan zit je in dat lokaal, wordt er gevraagd wat je van iets vindt, zeg je *yeah, I think it’s good*, en is het stil.
Een mondeling Engels gaat zelden over of je de taal verstaat. Het gaat over of je een mening kunt geven, hem kunt onderbouwen en kunt doorpraten als het onderwerp de kant op gaat die je niet had bedacht.
Wat er beoordeeld wordt
| Onderdeel | Waar het om gaat | Wat je eraan doet |
|---|---|---|
| Inhoud | zeg je iets, of alleen dat het leuk is | per vraag één reden en één voorbeeld |
| Woordenschat | kom je verder dan good, nice en bad | tien preciezere woorden klaarzetten |
| Grammatica | staat alles in de tegenwoordige tijd | één verleden tijd en één toekomst inbouwen |
| Vloeiendheid | val je stil of praat je eromheen | vier reparatiezinnen leren |
Zet tien betere woorden klaar
Het snelste rendement zit in de woorden waarmee je je oordeel geeft. good en bad kosten je punten, niet omdat ze fout zijn maar omdat ze niets zeggen.
good → useful, impressive, convincing, worthwhile
bad → disappointing, pointless, harmful, unfair
important → crucial, essential, a major issue
a lot of → a great deal of, plenty of, a significant number of
Tien van die woorden, geleerd in de combinatie waarin ze horen, tillen je hele gesprek een niveau op. Zet ze in een eigen lijst en oefen ze de kant op die je nodig hebt: van het Nederlands naar het Engels.
Bouwstenen die overal passen
Leer geen tekst uit je hoofd. Leer stukken waarmee je elke gedachte kunt beginnen, dan heb je altijd een aanloop en houd je tijd over om te bedenken wat je gaat zeggen.
The way I see it, … Zoals ik het zie…
What strikes me is that… Wat mij opvalt is dat…
On the one hand… on the other… Aan de ene kant… aan de andere…
That depends on whether… Dat hangt ervan af of…
To give you an example, … Om een voorbeeld te geven…
I’d rather… because… Ik zou liever… omdat…
Bouw één verleden tijd en één toekomst in
Wie alles in de tegenwoordige tijd zegt, laat niet zien wat hij kan. Zorg dat er in elk antwoord één zin over vroeger zit en één over straks. Dat kost niets extra en het is het snelste wat je aan je cijfer kunt doen.
When I was twelve, I used to…
Last year we went to… and it was…
I’ve been playing football since I was six.
If I get in, I’ll probably study…
Let daarbij op het verschil tussen I have seen en I saw: zodra je zegt wánneer iets gebeurde, moet het past simple zijn. Dat staat uitgelegd bij present perfect of past simple, en het is de fout die Nederlanders het vaakst maken.
Vier zinnen voor als je vastloopt
- How can I put this… geeft je twee seconden en klinkt als iemand die nadenkt.
- What’s the word for… mag gewoon. Een woord vragen is beter dan stilvallen.
- It’s a kind of… brengt je om een woord heen dat je kwijt bent.
- Sorry, could you repeat that? kost je niets en voorkomt een antwoord op de verkeerde vraag.
Deze vier zijn geen noodgreep maar precies wat een goede spreker doet. Ze staan in elk beoordelingsmodel onder "vloeiendheid", en ze zijn in vijf minuten geleerd.
Oefen met iemand die tegenspreekt
De laatste stap is een gesprek waarin de vraag niet is wat je verwachtte. Vraag een klasgenoot, of laat de gesprekstap in een mondeling de vragen stellen: je antwoord wordt nagekeken, je krijgt je eigen zin netjes terug en je ziet waar het misging.
Voor de aanpak los van de taal staat er meer in een mondeling voorbereiden.
Veelgestelde vragen
- Moet ik me voorbereiden op een mondeling Engels als ik het al goed versta?
- Ja. Verstaan en zelf spreken zijn twee verschillende dingen. Bij een mondeling wordt beoordeeld of je een mening kunt geven en onderbouwen, en dat oefen je niet door series te kijken.
- Wat zeg ik als ik een woord kwijt ben in het Engels?
- Praat eromheen: It’s a kind of…, What’s the word for…, How can I put this… Dat is wat een goede spreker doet, en het telt mee onder vloeiendheid.
- Hoe maak ik een antwoord dat lang genoeg is?
- Gebruik drie stukken: wat je vindt, waarom je dat vindt, en een voorbeeld. Drie zinnen is genoeg om van een reactie een antwoord te maken.