Duits·Bovenbouw
Het bijvoeglijk naamwoord
Wat er achter groß komt hangt af van wat ervóór staat: der, ein of niets.
Meteen oefenen
5 stappen, 12 oefenzinnen.
Zo loopt dit onderdeel
- 1Wie zegt de naamval: het lidwoord of het bijvoeglijk naamwoord?Lezen: de regel met de voorbeelden erbij.
- 2Na der, die, dasDe tabel zelf invullen, tot hij helemaal klopt.
- 3Na der, die, das4 zinnen om zelf te maken.
- 4Na ein, kein en mein, en zonder lidwoord5 zinnen om zelf te maken.
- 5Zelf een zin schrijven3 zinnen om zelf te maken.
Een Duitse woordgroep moet zijn naamval laten zien, maar één keer is genoeg. Staat er der, dem of den voor, dan is het al gezegd en houdt het bijvoeglijk naamwoord het bij een saaie -e of -en. Staat er niets voor, dan moet het bijvoeglijk naamwoord het zelf doen en neemt het de uitgang over die het lidwoord gehad zou hebben.
Na der, die, das
De makkelijkste van de drie. Er zijn maar twee uitgangen, -e en -en, en de -e staat in een blokje linksboven: de hele eerste naamval, plus de vierde bij vrouwelijk en onzijdig. Alles daarbuiten is -en.
| mannelijk (Mann) | vrouwelijk (Frau) | onzijdig (Kind) | meervoud (Leute) | |
|---|---|---|---|---|
| 1. Nominativ | der gute | die gute | das gute | die guten |
| 4. Akkusativ | den guten | die gute | das gute | die guten |
| 3. Dativ | dem guten | der guten | dem guten | den guten |
Na ein, kein en mein
Weet je nog dat ein op drie plekken kaal blijft? Precies daar springt het bijvoeglijk naamwoord bij, en neemt het de uitgang die der of das gehad zou hebben.
der gute Mann -> ein guter Mann (de -r moest ergens vandaan)
das gute Kind -> ein gutes Kind (en de -s ook)
den guten Mann -> einen guten Mann (einen zegt het al: -en)
Zonder lidwoord
Staat er helemaal niets voor, dan doet het bijvoeglijk naamwoord het werk alleen en krijgt het exact de uitgang van der/die/das: guter Wein, kaltes Wasser, mit gutem Wein. Dit zie je vooral bij stofnamen en in het meervoud: deutsche Autos, frische Brötchen.
| Wat ervoor staat | Voorbeeld | Waar de uitgang vandaan komt |
|---|---|---|
| der / die / das | der große Hund | der zegt het al, dus -e |
| ein / kein / mein | ein großer Hund | ein zegt niets, dus -er van der |
| niets | großer Hund | niets zegt iets, dus -er van der |
Veelgestelde vragen
- Wanneer krijgt een Duits bijvoeglijk naamwoord -en?
- Bijna altijd, behalve in het blokje linksboven van de tabel: de eerste naamval van mannelijk, vrouwelijk en onzijdig, plus de vierde naamval van vrouwelijk en onzijdig. Daar is het -e. Al het andere na der/die/das is -en.
- Waarom is het ein guter Mann maar der gute Mann?
- Omdat der de naamval al laat zien met zijn -r, en ein niet. Wat het lidwoord niet zegt, moet het bijvoeglijk naamwoord zeggen, dus daar duikt die -r alsnog op.