Duitse grammatica

Duits·Basis

Der, die of das

Het geslacht is niet te raden, maar aan de uitgang van een woord is het vaak wel te zien.

Meteen oefenen

4 stappen, 13 oefenzinnen.

Oefenen

Zo loopt dit onderdeel

  1. 1Het geslacht staat meestal aan het eind van het woordLezen: de regel met de voorbeelden erbij.
  2. 2Aan de uitgang te zien5 zinnen om zelf te maken.
  3. 3Groepen en samenstellingen5 zinnen om zelf te maken.
  4. 4Zelf een zin schrijven3 zinnen om zelf te maken.

Het geslacht van een Duits woord heeft niets met het ding zelf te maken. Das Mädchen is onzijdig terwijl het over een meisje gaat, en die Sonne is vrouwelijk waar de zon in het Frans mannelijk is. Uit je hoofd leren is dus het enige wat echt werkt, en dat doe je bij een woord meteen mét zijn lidwoord.

Maar je hoeft niet elk woord blind te leren. Aan de laatste letters zie je het geslacht vaak zo, en die uitgangen zijn met een kwartier te leren.

LidwoordUitgangenVoorbeelden
der-er, -ling, -ig, -ismus, -or, -antder Lehrer, der Frühling, der Honig, der Motor
die-ung, -heit, -keit, -schaft, -ion, -tät, -ie, -eidie Zeitung, die Freiheit, die Möglichkeit, die Nation
das-chen, -lein, -ment, -um, -ium, -tumdas Mädchen, das Fräulein, das Dokument, das Zentrum

Groepen van betekenis

Naast de uitgangen zijn er groepen woorden die om hun betekenis hetzelfde lidwoord krijgen. Ook die zijn korter te leren dan de woorden zelf.

  • der: dagen, maanden, seizoenen, windrichtingen en weer. Der Montag, der Mai, der Sommer, der Norden, der Regen.
  • die: getallen als woord en bijna alle bomen en bloemen. Die Eins, die Eiche, die Rose.
  • das: talen, metalen, kleuren als zelfstandig naamwoord, en elk werkwoord dat je als naamwoord gebruikt. Das Deutsch, das Gold, das Blau, das Essen.

Samengestelde woorden: het laatste stuk beslist

Duits plakt woorden aan elkaar, en het laatste deel bepaalt alles. Die Tür plus der Griff wordt der Türgriff. Der Zug plus die Fahrt wordt die Zugfahrt. Hoe lang het woord ook is, je hoeft maar naar het laatste stuk te kijken.

die Haus + tür -> die Haustür

das Auto + der Schlüssel -> der Autoschlüssel

der Sommer + die Ferien -> die Sommerferien

Veelgestelde vragen

Is er een truc om der, die of das te raden?
Niet één die altijd werkt, maar de uitgangen komen een heel eind. -ung, -heit, -keit en -schaft zijn altijd die; -chen en -lein altijd das; -er bij personen bijna altijd der. Bij een samengesteld woord kijk je alleen naar het laatste deel.
Waarom is het das Mädchen en niet die Mädchen?
Omdat -chen een verkleinwoord maakt, en elk verkleinwoord is onzijdig. De uitgang wint het van de betekenis, ook al gaat het over een meisje.

Nu zelf invullen

Lezen gaat vanzelf; opschrijven is waar het blijft hangen. 13 zinnen om zelf te maken, en bij elk antwoord staat er in één zin bij waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Andere onderwerpen in het Duits

Verder lezen