Engelse grammatica

Engels·Bovenbouw

De onregelmatige werkwoorden

Drie kolommen, geen regel: de enige weg is ze in groepjes leren die op elkaar lijken.

Meteen oefenen

8 zinnen, drie trappen per zin.

Oefenen

Van de regelmatige werkwoorden weet je alles zodra je -ed kunt plakken. De onregelmatige zijn er een stuk of honderdvijftig, en de zestig meest gebruikte dekken bijna alles wat je op school tegenkomt. Ze op alfabet leren werkt slecht; in groepjes die op elkaar lijken werkt veel beter.

Groep 1: alle drie hetzelfde

infinitiefpast simplepast participle
cutcutcut
putputput
letletlet
costcostcost
hithithit

Groep 2: de laatste twee hetzelfde

infinitiefpast simplepast participle
buyboughtbought
bringbroughtbrought
thinkthoughtthought
teachtaughttaught
catchcaughtcaught
sleepsleptslept
feelfeltfelt
leaveleftleft

Groep 3: alle drie anders

infinitiefpast simplepast participle
beginbeganbegun
drinkdrankdrunk
singsangsung
swimswamswum
writewrotewritten
drivedrovedriven
speakspokespoken
taketooktaken
seesawseen
gowentgone

Een rijtje van drie leren gaat het snelst als je ze hardop zegt, in ritme, en steeds hetzelfde: sing, sang, sung. Het is dezelfde truc waarmee je een telefoonnummer onthoudt, en hij werkt hier net zo goed.

Veelgestelde vragen

Hoeveel onregelmatige werkwoorden moet ik kennen?
Er zijn er ongeveer honderdvijftig, maar de zestig meest gebruikte dekken verreweg de meeste zinnen. Begin daarmee, in groepjes die op elkaar lijken.
Waar gebruik ik de derde kolom voor?
Na have en had (present perfect en past perfect) en in de lijdende vorm: I have written, the letter was written. In een gewoon verhaal over gisteren gebruik je de tweede kolom.

Nu zelf invullen

Lezen gaat vanzelf; opschrijven is waar het blijft hangen. 8 zinnen, en bij elk antwoord staat er in één zin bij waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Andere onderwerpen in het Engels

Verder lezen