Franse grammatica

Frans·Bovenbouw

Het aanwijzend voornaamwoord

ce, cet, cette, ces, en celui-ci voor "deze hier".

Meteen oefenen

3 stappen, 6 oefenzinnen.

Oefenen

Zo loopt dit onderdeel

  1. 1Eén woord voor deze en dieLezen: de regel met de voorbeelden erbij.
  2. 2ce, cet, cette, cesDe tabel zelf invullen, tot hij helemaal klopt.
  3. 3Welke vorm6 zinnen om zelf te maken.

Waar wij kiezen tussen "deze" en "die", heeft het Frans één woord: ce, met een vorm per geslacht en getal.

vormvoorbeeld
mannelijkcece livre
mannelijk + klinkercetcet homme, cet ami
vrouwelijkcettecette maison
meervoudcesces enfants

Zonder zelfstandig naamwoord: celui

enkelvoudmeervoud
mannelijkceluiceux
vrouwelijkcellecelles

Deze vormen staan nooit alleen. Er komt -ci, -là, de of een bijzin achter: *Quel livre ? — Celui-ci.* / *C’est celui de mon frère.* / *Prends celles qui sont sur la table.*

Voor iets zonder naam gebruik je ceci, cela of in gewoon spreektaal ça: *Ça ne marche pas*, *Cela m’étonne*.

Veelgestelde vragen

Wanneer gebruik je cet en wanneer ce?
Cet gebruik je voor een mannelijk woord dat met een klinker of stomme h begint: cet homme, cet arbre. In alle andere mannelijke gevallen is het ce.
Hoe zeg je het verschil tussen "deze" en "die"?
Met -ci en -là achter het zelfstandig naamwoord: ce livre-ci (dit boek hier), ce livre-là (dat boek daar).

Nu zelf invullen

Lezen gaat vanzelf; opschrijven is waar het blijft hangen. 6 zinnen om zelf te maken, en bij elk antwoord staat er in één zin bij waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Andere onderwerpen in het Frans