Franse grammatica

Frans·Examen

De betrekkelijke voornaamwoorden

qui, que, dont en où: vier woordjes die twee zinnen aan elkaar knopen.

Meteen oefenen

4 stappen, 10 oefenzinnen.

Oefenen

Zo loopt dit onderdeel

  1. 1Kijk naar wat erachter komtLezen: de regel met de voorbeelden erbij.
  2. 2qui, que, où, dontDe tabel zelf invullen, tot hij helemaal klopt.
  3. 3Welk woord7 zinnen om zelf te maken.
  4. 4Zelf verbinden3 zinnen om zelf te maken.

Een betrekkelijk voornaamwoord plakt een bijzin aan een woord vast. Welk woord je nodig hebt, hangt niet af van de betekenis maar van de rol die het in de bijzin speelt.

rol in de bijzinwoordvoorbeeld
onderwerpquiLe garçon qui parle est mon frère.
lijdend voorwerpqueLe film que j’ai vu était long.
plaats of tijdLa ville où j’habite est petite.
met dedontLe livre dont je parle est ici.

dont

dont gebruik je als er in de bijzin een de zou staan: parler de, avoir besoin de, être fier de, of bezit (*la fille dont le père est médecin*, het meisje wiens vader arts is).

Na een voorzetsel

  • Gaat het om een persoon, dan qui: *la fille avec qui je travaille*.
  • Gaat het om een zaak, dan lequel, laquelle, lesquels, lesquelles: *le stylo avec lequel j’écris*.
  • Met à smelten ze samen: auquel, auxquels; met de: duquel, desquels.

ce qui, ce que, ce dont

Is er geen woord om naar terug te wijzen, dan zet je er ce voor: *Je ne sais pas ce qui se passe* (wat er gebeurt), *Dis-moi ce que tu veux* (wat je wilt), *C’est ce dont j’ai besoin* (wat ik nodig heb).

Veelgestelde vragen

Wanneer gebruik je qui en wanneer que?
Kijk wat er direct achter komt. Een werkwoord: qui (l’homme qui parle). Een onderwerp: que (l’homme que je vois). Que wordt qu’ voor een klinker, qui nooit.
Waar gebruik je dont voor?
Voor alles waar in de bijzin de bij zou horen: parler de, avoir besoin de, être fier de, en bezit (la fille dont le père est médecin).
Wat is het verschil tussen ce qui en ce que?
Precies hetzelfde als tussen qui en que: ce qui heeft een werkwoord achter zich (je ne sais pas ce qui se passe), ce que een onderwerp (je ne sais pas ce que tu veux).

Nu zelf invullen

Lezen gaat vanzelf; opschrijven is waar het blijft hangen. 10 zinnen om zelf te maken, en bij elk antwoord staat er in één zin bij waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Andere onderwerpen in het Frans