Frans·Bovenbouw
Het bijwoord
lentement, vraiment, couramment, en waar zo’n woord in de zin staat.
4 stappen, 9 oefenzinnen
OefenenZo loopt dit onderwerp
- 1Van vrouwelijke vorm naar -mentLezen
- 2Maak het bijwoordTabel invullen
- 3De vorm5 zinnen
- 4De plaats4 zinnen
Een bijvoeglijk naamwoord hoort bij een zelfstandig naamwoord en past zich daaraan aan: *une voiture rapide*. Een bijwoord hoort bij een werkwoord en verandert nooit: *elle conduit rapidement*.
Maken doe je het uit de vrouwelijke vorm van het bijvoeglijk naamwoord, met -ment erachter.
| mannelijk | vrouwelijk | bijwoord |
|---|---|---|
| lent | lente | lentement |
| heureux | heureuse | heureusement |
| doux | douce | doucement |
| vrai | vraie | vraiment |
| courant | courante | couramment |
| évident | évidente | évidemment |
| bon | bonne | bien |
| mauvais | mauvaise | mal |
- Eindigt het mannelijke woord al op een klinker, dan gebruik je die vorm: vrai → vraiment, poli → poliment, absolu → absolument.
- Op -ant wordt het -amment: courant → couramment, constant → constamment.
- Op -ent wordt het -emment (uitgesproken als "-amment"): évident → évidemment, récent → récemment.
- Eigen woorden: bon → bien, mauvais → mal, meilleur → mieux, en vite (snel) hoort nergens bij.
Waar staat het?
Een bijwoord staat direct achter het vervoegde werkwoord, niet tussen onderwerp en werkwoord zoals bij ons. Bij een samengestelde tijd gaan de korte bijwoorden tussen het hulpwerkwoord en het deelwoord.
Il parle bien français. (niet: Il bien parle)
J’ai bien dormi. (tussen ai en dormi)
Elle a beaucoup travaillé.
Hier, nous sommes allés au parc. ← tijd en plaats mogen vooraan
Veelgestelde vragen
Hoe maak je een Frans bijwoord?
Neem de vrouwelijke vorm van het bijvoeglijk naamwoord en zet -ment erachter: lente → lentement. Eindigt het mannelijke woord op een klinker, dan gebruik je dat: vrai → vraiment. Op -ant en -ent wordt het -amment en -emment.
Waar staat het bijwoord in een Franse zin?
Direct achter het vervoegde werkwoord: il parle bien. Bij een samengestelde tijd gaat een kort bijwoord tussen het hulpwerkwoord en het deelwoord: j’ai bien dormi.