Frans·Basis
De lidwoorden
le, un en du, en waarom er na een ontkenning altijd de staat.
5 stappen, 10 oefenzinnen
OefenenZo loopt dit onderwerp
- 1Drie lidwoorden waar wij er twee hebbenLezen
- 2De drie lidwoordenTabel invullen
- 3à en de met het lidwoordTabel invullen
- 4Welk lidwoord7 zinnen
- 5In een hele zin3 zinnen
Elk Frans zelfstandig naamwoord is mannelijk of vrouwelijk, en het lidwoord verraadt welk van de twee. Dat leer je het beste meteen samen met het woord: niet *table* maar la table.
| mannelijk | vrouwelijk | meervoud | |
|---|---|---|---|
| bepaald (de/het) | le | la | les |
| onbepaald (een) | un | une | des |
| delend (wat van) | du | de la | des |
Het delende lidwoord
Waar wij niets zeggen ("ik eet brood"), zet het Frans er du, de la of des neer: het gaat om een onbepaalde hoeveelheid van iets. Weglaten kan niet.
Je mange du pain. Ik eet brood.
Je bois de l’eau. Ik drink water.
Elle mange de la soupe. Zij eet soep.
On achète des pommes. We kopen appels.
Na een ontkenning: altijd de
In een ontkennende zin worden un, une, du, de la en des allemaal de (of d’ voor een klinker). Alleen het bepaalde lidwoord blijft staan.
J’ai un chien. → Je n’ai pas de chien.
Je mange du pain. → Je ne mange pas de pain.
Il boit de l’eau. → Il ne boit pas d’eau.
Maar: J’aime le café. → Je n’aime pas le café. (bepaald, dus blijft)
Na een hoeveelheid ook de
- beaucoup de monde, peu de temps, trop de bruit, assez de place.
- un kilo de pommes, une bouteille de vin, un verre d’eau.
- Let op: la plupart des élèves en bien des gens houden wél des.
| + le | + la | + l’ | + les | |
|---|---|---|---|---|
| à | au | à la | à l’ | aux |
| de | du | de la | de l’ | des |
Veelgestelde vragen
Wanneer gebruik je du, de la of des?
Als het om een onbepaalde hoeveelheid gaat, waar wij niets zeggen: je mange du pain, je bois de la limonade, j’achète des pommes. In een ontkennende zin worden ze allemaal de.
Waarom is het je n’ai pas de chien en niet pas un chien?
Omdat un, une, du, de la en des na een ontkenning veranderen in de. Alleen het bepaalde lidwoord le, la en les blijft staan.
Wat gebeurt er met à le en de le?
Die bestaan niet: ze worden au en du. Bij les worden het aux en des. Bij la en l’ verandert er niets.