Frans·Examen
De conditionnel
Wat je zou doen, en hoe je beleefd iets vraagt.
Meteen oefenen
4 stappen, 10 oefenzinnen.
Zo loopt dit onderdeel
- 1Zou, zou kunnen, zou willenLezen: de regel met de voorbeelden erbij.
- 2De conditionnel présentDe tabel zelf invullen, tot hij helemaal klopt.
- 3De vorm5 zinnen om zelf te maken.
- 4Si-zinnen5 zinnen om zelf te maken.
De conditionnel is de "zou"-vorm. Je maakt hem met de stam van de futur en de uitgangen van de imparfait. Ken je die twee, dan kun je hem nu al.
| parler | être (ser-) | aller (ir-) | |
|---|---|---|---|
| je | parlerais | serais | irais |
| tu | parlerais | serais | irais |
| il / elle | parlerait | serait | irait |
| nous | parlerions | serions | irions |
| vous | parleriez | seriez | iriez |
| ils / elles | parleraient | seraient | iraient |
De drie si-zinnen
Een zin met si heeft een vaste combinatie van tijden. Na si staat nooit een futur en nooit een conditionnel; die staan altijd in het andere deel van de zin.
| si + … | de rest van de zin | voorbeeld |
|---|---|---|
| présent | futur | Si j’ai le temps, je viendrai. |
| imparfait | conditionnel présent | Si j’avais le temps, je viendrais. |
| plus-que-parfait | conditionnel passé | Si j’avais eu le temps, je serais venu. |
De conditionnel passé maak je met avoir of être in de conditionnel plus het deelwoord: *j’aurais voulu*, *je serais parti*. Hij zegt wat er had kunnen gebeuren maar niet gebeurd is.
Veelgestelde vragen
- Hoe maak je de conditionnel in het Frans?
- Neem de stam van de futur en plak de uitgangen van de imparfait erachter: je parlerais, tu serais, il irait, nous voudrions.
- Welke tijd komt er na si?
- Na si staat présent, imparfait of plus-que-parfait, dus nooit een futur en nooit een conditionnel. Die horen in het andere deel van de zin.
- Wat is het verschil tussen je serai en je serais?
- Je serai is de futur: ik zal zijn. Je serais is de conditionnel: ik zou zijn. Het verschil zit in die ene s en in de uitgang -ai tegenover -ais.