Franse grammatica

Frans·Basis

De tegenwoordige tijd

Drie groepen uitgangen, en een handvol werkwoorden die zich nergens iets van aantrekken.

Meteen oefenen

8 zinnen, drie trappen per zin.

Oefenen

Frans deelt zijn werkwoorden in drie groepen, op de laatste twee letters van de infinitief. Bijna negen op de tien werkwoorden zit in de eerste groep, en die is de makkelijkste.

-er (parler)-ir (finir)-re (vendre)
jeparlefinisvends
tuparlesfinisvends
il / elle / onparlefinitvend
nousparlonsfinissonsvendons
vousparlezfinissezvendez
ils / ellesparlentfinissentvendent

De onregelmatige die je niet kunt ontlopen

êtreavoirallerfaire
je / j’suisaivaisfais
tuesasvasfais
il / elleestavafait
noussommesavonsallonsfaisons
vousêtesavezallezfaites
ils / ellessontontvontfont

Deze vier zitten in bijna elke Franse zin, en twee ervan heb je straks weer nodig voor de passé composé. Ze leren kost een avond en het levert de rest van het jaar op.

Kleine wisselingen in de stam

  • acheter → j’achète: er komt een accent grave bij als de klemtoon op die lettergreep valt. Ook bij lever, mener, préférer (je préfère).
  • appeler → j’appelle: de medeklinker verdubbelt in plaats van een accent. Ook bij jeter (je jette).
  • commencer → nous commençons: een cedille onder de c, anders zou je "commenkons" zeggen.
  • manger → nous mangeons: een e erbij om de g zacht te houden.

Veelgestelde vragen

Hoe herken ik bij welke groep een Frans werkwoord hoort?
Aan de laatste twee letters van de infinitief: -er, -ir of -re. Verreweg de meeste werkwoorden eindigen op -er en die vervoegen allemaal hetzelfde, behalve aller.
Waarom is het nous mangeons en niet nous mangons?
Zonder die e zou de g hard klinken, zoals in "gorille". De e houdt de zachte g van manger overeind. Hetzelfde gebeurt met de cedille in nous commençons.

Nu zelf invullen

Lezen gaat vanzelf; opschrijven is waar het blijft hangen. 8 zinnen, en bij elk antwoord staat er in één zin bij waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Andere onderwerpen in het Frans

Verder lezen