Frans·Examen
Het deelwoord aanpassen
Je les ai vus: waarom daar een s staat en in j’ai vu les films niet.
Meteen oefenen
2 stappen, 6 oefenzinnen.
Zo loopt dit onderdeel
- 1Drie regels, meer zijn het er nietLezen: de regel met de voorbeelden erbij.
- 2Wel of niet aanpassen6 zinnen om zelf te maken.
Dit is het onderwerp waar in een proefwerk de meeste punten liggen, en waar in de praktijk niemand iets van hoort, want de meeste aanpassingen zijn stom. Juist daarom moet je ze zíén.
- Met être past het deelwoord zich aan het onderwerp aan: *elle est partie*, *ils sont venus*, *elles sont restées*.
- Met avoir gebeurt er niets, behalve als het lijdend voorwerp vóór het werkwoord staat. Dan past het zich daaraan aan: *les films que j’ai vus*, *je les ai vus*.
- Bij een wederkerend werkwoord past het zich aan als het voornaamwoord het lijdend voorwerp is: *elle s’est lavée*. Staat er een lijdend voorwerp achter, dan niet: *elle s’est lavé les mains*.
J’ai vu les films. → geen aanpassing (voorwerp staat erachter)
Les films que j’ai vus. → wel, want que staat ervoor
Je les ai vus. → wel, want les staat ervoor
Elle est partie. → être, dus altijd
Elle s’est lavée. → se is lijdend voorwerp
Elle s’est lavé les mains.→ les mains is het voorwerp, dus niets
Veelgestelde vragen
- Wanneer past het Franse deelwoord zich aan?
- Altijd bij être (aan het onderwerp), bij avoir alleen als het lijdend voorwerp vóór het werkwoord staat, en bij wederkerende werkwoorden alleen als het voornaamwoord het lijdend voorwerp is.
- Waarom is het je les ai vus maar j’ai vu les films?
- In de eerste zin staat het lijdend voorwerp (les) vóór het werkwoord, dus past het deelwoord zich aan. In de tweede staat het erachter, en dan gebeurt er niets.