Franse grammatica

Frans·Bovenbouw

Wederkerende werkwoorden

Je me lève, il se dépêche, en in de verleden tijd altijd être.

4 stappen, 10 oefenzinnen

Oefenen

Zo loopt dit onderwerp

  1. 1Een werkwoord met een voornaamwoord eraan vast
  2. 2se laver en se lever
  3. 3De vorm
  4. 4Ontkenning, infinitief en verleden tijd

Sommige werkwoorden hebben een voornaamwoord dat naar het onderwerp terugwijst. In het woordenboek staan ze met se ervoor: se laver, se lever, se dépêcher, s’appeler, s’amuser, se souvenir.

se laverse lever
jeme laveme lève
tute laveste lèves
il / ellese lavese lève
nousnous lavonsnous levons
vousvous lavezvous levez
ils / ellesse laventse lèvent

Niet elk wederkerend werkwoord is in het Nederlands ook wederkerend. Je me lève is "ik sta op", je m’appelle is "ik heet", elle se dépêche is "zij haast zich". Andersom net zo: "zich herinneren" is se souvenir de, maar "vergeten" is gewoon oublier.

In de verleden tijd: altijd être

Je me suis levé(e) à sept heures.

Elle s’est levée tôt.

Nous nous sommes amusés.

Maar: Elle s’est lavé les mains. ← geen e, want les mains staat erachter

Veelgestelde vragen

Welk hulpwerkwoord krijgen wederkerende werkwoorden in de passé composé?

Altijd être: je me suis levé, elle s’est dépêchée, nous nous sommes amusés. Het deelwoord past zich aan het onderwerp aan, behalve als er een lijdend voorwerp achter staat.

Waar staat me, te of se bij een infinitief?

Vlak voor die infinitief, en het past zich aan het onderwerp aan: je vais me lever, tu dois te dépêcher, ils veulent se reposer.

Nu zelf invullen

10 zinnen om zelf te maken. Bij elk antwoord staat in één zin waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Geschreven door

Daniël van Egdom

Ik ben scholier en gebruikte zelf van alles om woordjes mee te leren. Voor een mondeling was er niets dat verder kwam dan een lijst overhoren, dus ben ik Woordvos gaan bouwen.

Meer frans grammatica