Frans·Examen
Werkwoord plus infinitief
commencer à, décider de, vouloir: het voorzetsel hoort bij het eerste werkwoord.
Meteen oefenen
3 stappen, 9 oefenzinnen.
Zo loopt dit onderdeel
- 1Kaal, met à, of met deLezen: de regel met de voorbeelden erbij.
- 2Welk voorzetsel6 zinnen om zelf te maken.
- 3Net gebeurd, zo meteen3 zinnen om zelf te maken.
Staan er twee werkwoorden achter elkaar, dan staat het tweede in de infinitief. De vraag is alleen of er iets tussen moet: niets, à of de. Dat hangt volledig af van het eerste werkwoord, en je leert het per werkwoord, met het voorzetsel erbij, zoals je bij een zelfstandig naamwoord het lidwoord meeleert.
| niets ertussen | + à | + de |
|---|---|---|
| aller, vouloir, pouvoir | commencer à | décider de |
| devoir, savoir, aimer | apprendre à | essayer de |
| espérer, préférer | réussir à | oublier de |
| faire, laisser, falloir | aider à, inviter à | refuser de, arrêter de |
| venir (= komen) | hésiter à, continuer à | finir de, promettre de |
Je veux partir. (niets)
Je commence à comprendre. (à)
J’ai décidé de partir. (de)
Je viens de manger. = ik heb net gegeten
Je vais manger. = ik ga zo eten
Voorzetsels met een infinitief
- pour + infinitief = om te: Je travaille pour réussir.
- avant de + infinitief = voordat: Lave-toi les mains avant de manger.
- sans + infinitief = zonder te: Il est parti sans dire au revoir.
- au lieu de + infinitief = in plaats van: Au lieu de dormir, il lit.
- Let op: après krijgt een deelwoord, geen infinitief: après avoir mangé, après être parti.
Veelgestelde vragen
- Hoe weet ik of er à of de voor de infinitief moet?
- Dat hangt aan het eerste werkwoord en je leert het per werkwoord. commencer à, apprendre à en réussir à met à; décider de, essayer de, oublier de en arrêter de met de. vouloir, pouvoir, devoir, aller en savoir nemen niets.
- Wat betekent je viens de faire?
- Dat je het net gedaan hebt. Je viens de manger = ik heb net gegeten. Het heet het passé récent en het staat tegenover je vais manger, de futur proche.