Frans·Bovenbouw
De imparfait
Eén stam uit de nous-vorm, één rijtje uitgangen, en één uitzondering.
Meteen oefenen
4 stappen, 11 oefenzinnen.
Zo loopt dit onderdeel
- 1De makkelijkste tijd van het FransLezen: de regel met de voorbeelden erbij.
- 2De uitgangen van de imparfaitDe tabel zelf invullen, tot hij helemaal klopt.
- 3De vorm maken7 zinnen om zelf te maken.
- 4In een verhaal4 zinnen om zelf te maken.
De imparfait maak je in twee stappen. Neem de nous-vorm van de tegenwoordige tijd, haal -ons eraf, en plak er de uitgangen achter. Die uitgangen zijn voor élk werkwoord hetzelfde.
parler → nous parlons → parl-
finir → nous finissons → finiss-
prendre → nous prenons → pren-
faire → nous faisons → fais-
boire → nous buvons → buv-
| parler (parl-) | finir (finiss-) | être (ét-) | |
|---|---|---|---|
| je | parlais | finissais | étais |
| tu | parlais | finissais | étais |
| il / elle | parlait | finissait | était |
| nous | parlions | finissions | étions |
| vous | parliez | finissiez | étiez |
| ils / elles | parlaient | finissaient | étaient |
Waar gebruik je hem voor?
- Hoe het was: Il faisait beau et les gens étaient contents.
- Wat je vroeger altijd deed: Quand j’étais petit, je jouais au foot tous les jours.
- Wat er aan de gang was toen er iets gebeurde: Je dormais quand le téléphone a sonné.
- Bij être, avoir, savoir, vouloir, pouvoir en aimer is de imparfait bijna altijd de goede keus: die woorden beschrijven een toestand.
Let op de spelling bij werkwoorden op -ger en -cer: nous mangions heeft geen e nodig (want er volgt een i), maar je mangeais wel. Zo ook je commençais met cedille, en nous commencions zonder.
Veelgestelde vragen
- Hoe maak ik de imparfait van een Frans werkwoord?
- Neem de nous-vorm van de tegenwoordige tijd, haal -ons eraf en plak -ais, -ais, -ait, -ions, -iez of -aient erachter. Alleen être doet dat niet: die heeft de stam ét-.
- Wanneer gebruik je de imparfait en niet de passé composé?
- Als je beschrijft hoe iets was, wat je vroeger altijd deed of wat er aan de gang was. Gebeurde er iets één keer en is het afgelopen, dan is het de passé composé.