Franse grammatica

Frans·Bovenbouw

Tout, chaque en de rest

tous les jours, chaque fois, quelqu’un, plusieurs, aucun.

Meteen oefenen

2 stappen, 7 oefenzinnen.

Oefenen

Zo loopt dit onderdeel

  1. 1Alles, elk, sommige, geenLezen: de regel met de voorbeelden erbij.
  2. 2Welk woord7 zinnen om zelf te maken.

tout heeft vier vormen en buigt mee met het woord erachter: tout le monde, toute la journée, tous les jours, toutes les semaines. In *tous les jours* spreek je de s niet uit; staat tous alleen (*ils sont tous là*), dan wel.

woordgebruikvoorbeeld
chaquealtijd enkelvoud, voor een woordchaque jour, chaque élève
chacun / chacunestaat alleenchacun a son livre
quelqueseen paar, voor een woordquelques amis
quelqu’uniemandquelqu’un a téléphoné
quelque choseietsquelque chose de beau
plusieursmeerdereplusieurs fois
certains / certainessommigecertains élèves
aucun / aucunegeen enkele, met neje n’ai aucune idée
même(s)zelfdele même livre, les mêmes idées
un autre / d’autreseen anderedonne-moi un autre stylo

Achter quelque chose en rien staat de voor een bijvoeglijk naamwoord, en dat blijft mannelijk: *quelque chose de beau*, *rien d’intéressant*.

Als bijwoord verandert tout niet: *elle est tout contente*. Behalve voor een vrouwelijk woord dat met een medeklinker begint: *elle est toute seule*.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen chaque en chacun?
Chaque staat voor een zelfstandig naamwoord en is altijd enkelvoud: chaque jour. Chacun of chacune staat alleen: chacun a son livre.
Waarom staat er ne bij aucun?
Omdat aucun een ontkennend woord is, net als personne, rien en jamais. Die werken in het Frans allemaal samen met ne: je n’ai aucune idée.

Nu zelf invullen

Lezen gaat vanzelf; opschrijven is waar het blijft hangen. 7 zinnen om zelf te maken, en bij elk antwoord staat er in één zin bij waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Andere onderwerpen in het Frans