Franse grammatica

Frans·Examen

De plus-que-parfait

Wat er nog vóór het verleden gebeurde: hij was al vertrokken toen ik aankwam.

3 stappen, 5 oefenzinnen

Oefenen

Zo loopt dit onderwerp

  1. 1Een stap verder terug
  2. 2De plus-que-parfait opbouwen
  3. 3De vorm

Vertel je over het verleden en wil je zeggen dat iets daarvóór al gebeurd was, dan gebruik je de plus-que-parfait. Hij werkt precies als het Nederlandse "had gedaan" en "was gegaan".

Quand je suis arrivé, il était déjà parti.

(ik kwam aan) (hij was er al eerder vandoor)

J’avais oublié mes clés, donc je suis rentré.

manger (avoir)partir (être)
je / j’avais mangéétais parti
tuavais mangéétais parti
ilavait mangéétait parti
nousavions mangéétions partis
vousaviez mangéétiez partis
ilsavaient mangéétaient partis

De regels van de passé composé gelden onveranderd: dezelfde werkwoorden nemen être, het deelwoord past zich dan aan het onderwerp aan, en bij avoir gebeurt dat niet.

Veelgestelde vragen

Hoe maak je de plus-que-parfait?

Zet avoir of être in de imparfait en plak het deelwoord erachter: j’avais mangé, il était parti. Welk hulpwerkwoord je nodig hebt, is precies hetzelfde als bij de passé composé.

Wanneer gebruik je de plus-que-parfait?

Als je vertelt over het verleden en aangeeft dat iets dáárvoor al gebeurd was: quand je suis arrivé, il était déjà parti. Ook na si in een wens en in de indirecte rede.

Nu zelf invullen

5 zinnen om zelf te maken. Bij elk antwoord staat in één zin waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Geschreven door

Daniël van Egdom

Ik ben scholier en gebruikte zelf van alles om woordjes mee te leren. Voor een mondeling was er niets dat verder kwam dan een lijst overhoren, dus ben ik Woordvos gaan bouwen.

Meer frans grammatica