Alle artikelen

Duits·4 min lezen

Duitse uitspraak: de zeven klanken die het verschil maken

Nederlands en Duits liggen zo dicht bij elkaar dat je de verschillen niet hoort. Dit zijn de zeven die je bij een mondeling wel aangerekend krijgt.


Duits ligt zo dicht bij het Nederlands dat je het bijna kunt lezen zonder het geleerd te hebben. Precies daarom klinkt de uitspraak van de meeste Nederlanders als Nederlands met een accent: je hoort het verschil niet, dus je maakt het niet.

Bij een mondeling of een spreekbeurt telt dat wel mee. Het goede nieuws is dat het om een handjevol klanken gaat, en dat je ze in een half uur kunt afstellen.

1. De ü is geen uu

De Duitse ü in *fünf*, *über* en *müssen* ligt korter en verder naar voren dan de Nederlandse uu. De truc die altijd werkt: zeg ie, en duw dan alleen je lippen naar voren zonder je tong te verzetten. Wat er dan uitkomt is de ü.

Dezelfde truc werkt bij de ö van *schön* en *können*: zeg ee en tuit je lippen. Je tong hoort op zijn plek te blijven; dat is het hele verschil met de Nederlandse eu.

2. De ch heeft twee smaken

Dit is degene die je het snelst verraadt. Duits heeft twee soorten ch, en welke je moet hebben hangt af van de klinker ervoor.

NaKlankVoorbeelden
a, o, u, auachterin, als de Nederlandse ch van "lachen"Nacht, Tochter, Buch, auch
e, i, ä, ö, ü, ei, eu, l, n, rvooraan, zacht, bijna als een blazende hnicht, ich, Milch, Bücher, euch

3. De r is niet de Nederlandse r

Aan het begin van een lettergreep is de Duitse r een lichte huig-r, achterin de keel, zoals in *rot* en *Reise*. Aan het eind van een woord of lettergreep verdwijnt hij bijna helemaal en wordt hij een korte a-achtige klank: *Vater* klinkt als "vaata", *Mutter* als "moetta", *mir* als "mia".

Wie elke r netjes rollend uitspreekt klinkt overdreven. Laat de r aan het eind gewoon wegzakken, dan klopt het ritme meteen beter.

4. z is ts, en s aan het begin is z

Zeit → tsait zehn → tseen

Sonne → zonne sagen → zaagen

Straße → sjtraase Stein → sjtain

spielen → sjpielen Sport → sjport

Een z is altijd ts, ook midden in een woord. Een s vóór een klinker is stemhebbend, dus als een Nederlandse z. En st- en sp- aan het begin van een woord worden sjt- en sjp-. Die laatste drie regels halen in één klap de meeste ruis uit je uitspraak.

5. De medeklinker aan het eind wordt hard

Aan het eind van een woord klinkt een b als p, een d als t en een g als k. *Tag* is "taak", *Hund* is "hoent", *gelb* is "gelp". Nederlands doet dit ook, dus dit gaat vanzelf goed zodra je erop let bij het lezen.

6. ei en ie zijn elkaars tegenpolen

ei klinkt als "ai" (*Wein*, *mein*, *drei*), ie als een lange "ie" (*Bier*, *nie*, *viel*). De vuistregel: je zegt de tweede letter. Het klinkt te simpel om waar te zijn en het klopt altijd.

7. eu en äu klinken allebei als "oi"

*Deutschland*, *neu*, *Häuser*, *Bäume*: die eu is geen Nederlandse eu maar "oi". Dit is een kleine, en juist daarom valt hij op als je hem fout doet.

Hoe je het oefent zonder gedoe

  • Laat elk nieuw woord één keer voorlezen en zeg het meteen na. Twee seconden per woord, meer kost het niet.
  • Pak per keer één klank. Doe een week alleen de ch, dan een week alleen de r. Alles tegelijk lukt niet.
  • Lees een korte tekst hardop en let alleen op die ene klank. De rest mag even fout.
  • Zeg woorden met een lidwoord: der Tag, niet Tag. Dan oefen je het ritme en het lidwoord in één beurt.

In Woordvos wordt elk nieuw woord voorgelezen in de taal die je leert, dus dat naspreken kost je geen extra handeling. En bij een mondeling hoor je de vraag ook hardop, wat een stuk dichter bij het echte gesprek zit dan het van papier lezen.

Veelgestelde vragen

Hoe spreek je de Duitse ü uit?
Zeg "ie" en duw daarna alleen je lippen naar voren, zonder je tong te verzetten. Wat eruit komt is de ü van fünf. Dezelfde truc met "ee" levert de ö van schön op.
Wanneer is de ch zacht en wanneer hard?
Na a, o, u en au is hij hard, zoals in Nacht en Buch. Na e, i, ä, ö, ü en na l, n of r is hij zacht, zoals in ich en Milch. De klinker ervoor bepaalt het.
Waarom klinkt mijn Duits als Nederlands?
Meestal door drie dingen: de r aan het eind van een woord die je te hard uitspreekt, de zachte ch die je als schraapklank zegt, en st- en sp- die sjt- en sjp- horen te zijn. Repareer die drie en het scheelt meteen hoorbaar.

Meteen proberen?

De vijfduizend meest gebruikte Duitse en Franse woorden staan klaar, met uitspraak en voorbeeldzinnen. Je hoeft er geen account voor te maken.

Verder lezen