Mondeling·4 min lezen
Mondeling Duits voorbereiden in vier stappen
Waarom een geleerd verhaaltje instort zodra de vraag net anders is, en wat je in de plaats daarvan oefent.
De gebruikelijke voorbereiding: per onderwerp een verhaaltje van tien zinnen schrijven en dat uit je hoofd leren. Het gaat mis op het moment dat de docent iets vraagt wat er net naast zit, en dat gebeurt altijd. Je zit dan met een hoofd vol zinnen die niet passen bij de vraag die je krijgt.
Een mondeling test iets anders dan een toets. Niet of je een tekst kunt opzeggen, maar of je met de woorden die je hebt een antwoord in elkaar kunt zetten op iets wat je niet zag aankomen. Daar bereid je je anders op voor.
1. De woordenschat van dit onderwerp
Begin bij de woorden. Per onderwerp is er een kern van dertig tot vijftig woorden waarmee je bijna alles kunt zeggen. Bij Schule zijn dat er onder meer die Note, das Fach, der Stundenplan, die Prüfung, anstrengend en streng. Die moeten eruit komen zonder nadenken, want tijdens een gesprek is er geen tijd om te zoeken.
Leer ze tot je ze kunt opschrijven. Wie een woord kan schrijven kan het ook zeggen; andersom gaat lang niet altijd op.
2. Bouwstenen in plaats van hele zinnen
De grootste hobbel bij Duits spreken is de woordvolgorde. Ich gehe gern zur Schule krijgt iedereen wel voor elkaar. Zodra er een bijzin bij komt verhuist het werkwoord naar achteren, en dan gaat het mis: weil ich meine Freunde dort treffe.
Oefen daarom met stukken zin in plaats van met hele zinnen. Je krijgt de brokken door elkaar en zet ze op volgorde. Wat je dan leert is niet die ene zin maar waar het werkwoord hoort, en dat werkt ook bij een zin die je nooit gezien hebt.
weil / ich / meine Freunde / dort / treffe
→ weil ich meine Freunde dort treffe
3. Hele zinnen, zelf opgeschreven
Pas als de brokken zitten schrijf je de zin in één keer op, zonder de stukken erbij. Dat is de eerste keer dat je hem echt zelf maakt. Het voelt zwaarder dan puzzelen, en dat is precies waarom het werkt.
4. Het gesprek zelf
De laatste stap lijkt als enige op het echte mondeling: iemand vraagt iets en jij antwoordt in je eigen woorden. Niet uit je hoofd, maar met de woorden en de zinsbouw die je in de eerste drie stappen hebt opgebouwd.
Wat je hier traint is een reflex: een vraag horen, iets bedenken, en het meteen in het Duits opschrijven. Niet eerst een Nederlandse zin maken en die dan vertalen, want dan zit je met een Nederlandse zinsbouw die in het Duits niet werkt, en daar loop je in een gesprek op vast.
In Woordvos is dit het vierde onderdeel van elk mondeling. Je krijgt vragen die je niet ziet aankomen, je schrijft je antwoord, en je krijgt terug wat er anders moet, tot op de letter aangestreept. Hetzelfde gesprek tien keer voeren mag, met elke keer een ander antwoord.
De dag zelf
- Geen nieuwe woorden meer. Wat je vanochtend leert staat er vanmiddag niet meer in.
- Loop door wat je de afgelopen dagen fout had. Dat zijn er meestal minder dan tien.
- Zeg je tien zinnen één keer hardop, niet om ze te herhalen maar om je mond aan de klanken te laten wennen.
- Bedenk per onderwerp één ding waar je iets over te vertellen hebt. Een gesprek loopt beter als je iets wilt zeggen.
Als je een woord kwijt bent
Dat gebeurt, ook als je goed voorbereid bent. Wat punten kost is stilvallen. Leer daarom een handvol zinnetjes waarmee je erlangs praat; die mag je gewoon uit je hoofd kennen.
- Wie sagt man das auf Deutsch? Hoe zeg je dat in het Duits?
- Ich meine, so etwas wie ... Ik bedoel, zoiets als ...
- Können Sie das wiederholen, bitte? Kunt u dat herhalen?
- Das ist eine gute Frage. Also ... Dat is een goede vraag. Nou ...
Een leerling die in het Duits om een woord vraagt, laat zien dat hij het gesprek kan sturen. Dat telt mee, en het is in elk geval beter dan drie seconden stilte.
Veelgestelde vragen
- Hoe bereid je je voor op een mondeling Duits?
- In vier stappen: eerst de woordenschat van het onderwerp tot je hem kunt opschrijven, dan de woordvolgorde oefenen met stukken zin, dan hele zinnen zelf maken, en tot slot antwoorden op vragen die je niet ziet aankomen. Een uit het hoofd geleerd praatje houdt geen stand bij de eerste tegenvraag.
- Hoeveel zinnen moet je uit je hoofd leren voor een mondeling?
- Een stuk of tien per onderwerp, mits je ze kunt aanpassen. Tien buigzame zinnen leveren meer op dan dertig vaste, omdat je er met één woord verandering een ander antwoord mee geeft.
- Wat zeg je als je tijdens een mondeling een woord kwijt bent?
- Vraag ernaar in de doeltaal: Wie sagt man das auf Deutsch, of Ich meine, so etwas wie. Dat laat zien dat je het gesprek kunt sturen en het is veel beter dan stilvallen.