Duitse grammatica

Duits·Examen

Betrekkelijke voornaamwoorden

De man die ik zie, het huis waarin wij wonen: der, die en das koppelen twee zinnen aan elkaar.

3 stappen, 7 oefenzinnen

Oefenen

Zo loopt dit onderwerp

  1. 1Twee dingen bepalen de vorm, en ze komen van verschillende kanten
  2. 2Welke vorm?
  3. 3Zelf een zin schrijven

Een betrekkelijk voornaamwoord haakt een bijzin vast aan een woord dat er al staat: Der Mann, der dort steht, ist mein Lehrer. Het ziet eruit als een lidwoord, en het verbuigt ook zo.

Der Mann, der dort steht. Mann -> mannelijk; onderwerp -> 1e: der

Der Mann, den ich sehe. Mann -> mannelijk; lijdend vw -> 4e: den

Der Mann, dem ich helfe. Mann -> mannelijk; helfen -> 3e: dem

Die Frau, die ich kenne. Frau -> vrouwelijk; lijdend vw -> 4e: die

De tabel

Hij is bijna gelijk aan die van der/die/das. Alleen de tweede naamval en de derde naamval meervoud zien er anders uit.

mannelijkvrouwelijkonzijdigmeervoud
1. Nominativderdiedasdie
4. Akkusativdendiedasdie
3. Dativdemderdemdenen
2. Genitivdessenderendessenderen

Waar staat het werkwoord?

Een betrekkelijke bijzin is een bijzin, dus het werkwoord gaat helemaal naar het eind, en er staan komma’s omheen. Ook als de bijzin midden in de hoofdzin zit.

Der Mann, der dort steht, ist mein Lehrer.

Das Buch, das ich gestern gekauft habe, ist super.

Veelgestelde vragen

Waar haal ik de naamval van een betrekkelijk voornaamwoord vandaan?

Uit de bijzin. Het geslacht komt van het woord waar de bijzin bij hoort, maar de naamval van wat het voornaamwoord in die bijzin doet: onderwerp, lijdend voorwerp of iets na een voorzetsel.

Nu zelf invullen

7 zinnen om zelf te maken. Bij elk antwoord staat in één zin waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Geschreven door

Daniël van Egdom

Ik ben scholier en gebruikte zelf van alles om woordjes mee te leren. Voor een mondeling was er niets dat verder kwam dan een lijst overhoren, dus ben ik Woordvos gaan bouwen.

Meer duits grammatica