Duits·Bovenbouw
Bijzinnen
Na weil, dass, wenn en ob gaat het werkwoord helemaal naar het eind.
4 stappen, 10 oefenzinnen
OefenenZo loopt dit onderwerp
- 1Eén woord en het werkwoord vertrekt naar achterenLezen
- 2Waar staat het werkwoord?5 zinnen
- 3De hele zin op een rij3 zinnen
- 4Zelf een zin schrijven2 zinnen
Er zijn twee soorten voegwoorden, en het verschil tussen die twee is het hele onderwerp. De ene soort laat de zin met rust. De andere stuurt het werkwoord naar het eind.
| Soort | Voegwoorden | Wat er gebeurt |
|---|---|---|
| laat de zin staan | und, aber, oder, denn, sondern | Ich bleibe, denn ich bin müde. |
| werkwoord naar het eind | weil, dass, wenn, ob, obwohl, damit, als, bevor, nachdem, seit | Ich bleibe, weil ich müde bin. |
Wat er achteraan komt te staan
Zijn er twee werkwoorden, dan gaan ze allebei naar het eind, met het vervoegde helemaal achteraan. In de hoofdzin staat het vervoegde werkwoord vooraan en het andere achteraan; in de bijzin staan ze op elkaar geplakt, in omgekeerde volgorde.
hoofdzin: Ich habe gestern gearbeitet.
bijzin: ..., weil ich gestern gearbeitet habe.
hoofdzin: Ich muss morgen arbeiten.
bijzin: ..., weil ich morgen arbeiten muss.
De bijzin vooraan
Zet je de bijzin vóór de hoofdzin, dan telt die hele bijzin als plek één. Het werkwoord van de hoofdzin moet dus meteen daarna komen, en dan staan er twee werkwoorden met alleen een komma ertussen.
Weil ich müde bin, gehe ich früh ins Bett.
bijzin = plek 1 ^ werkwoord hoofdzin
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen weil en denn?
De betekenis is dezelfde, de woordvolgorde niet. Na weil gaat het werkwoord naar het eind (weil ich müde bin), na denn blijft het op plek twee (denn ich bin müde).
Welk werkwoord staat achteraan als er twee zijn?
Het vervoegde. Bij "weil ich gearbeitet habe" staat het deelwoord voor het hulpwerkwoord, precies andersom dan in de hoofdzin.