Duitse grammatica

Duits·Bovenbouw

De volgorde van de zin

De persoonsvorm staat op plek twee, behalve in een bijzin: daar staat hij helemaal achteraan.

Meteen oefenen

8 zinnen, drie trappen per zin.

Oefenen

Duits heeft één regel die boven alles gaat: in een gewone mededelende zin staat de persoonsvorm op de tweede plaats. Niet het tweede woord, maar het tweede *stuk*. Wat er op plek één staat mag je zelf kiezen.

Ich fahre morgen nach Berlin.

Morgen fahre ich nach Berlin.

Nach Berlin fahre ich morgen.

1 2 rest

Zet je iets anders vooraan, dan verhuist het onderwerp naar achter de persoonsvorm. Dat heet inversie, en het is precies wat Nederlands ook doet: *morgen ga ik*, niet *morgen ik ga*. Wie het in het Nederlands goed doet, doet het in het Duits ook goed.

De bijzin: alles naar achteren

Zodra er een onderschikkend voegwoord komt, schuift de persoonsvorm naar het einde van dat stuk. De belangrijkste zijn weil, dass, ob, wenn, als, obwohl, damit en alle vraagwoorden in een indirecte vraag.

Ich bleibe zu Hause, weil ich krank bin.

Ich weiß, dass er keine Zeit hat.

Ich frage mich, ob sie morgen kommt.

Wat er in het midden gebeurt: tijd, reden, manier, plaats

Staan er meerdere bepalingen in het midden, dan is de volgorde wann, warum, wie, wo: eerst de tijd, dan de reden, dan de manier, dan de plaats. *Ich fahre morgen wegen der Arbeit mit dem Zug nach Köln.*

Bij een tweedelig werkwoord, zoals het Perfekt of een modaal werkwoord, staat het tweede deel altijd helemaal achteraan. Alles wat erbij hoort staat daartussen: *Ich habe gestern mit meiner Schwester über die Prüfung gesprochen.*

Veelgestelde vragen

Waarom staat het werkwoord na weil achteraan?
weil is een onderschikkend voegwoord: het maakt van de rest een bijzin, en in een bijzin staat de persoonsvorm helemaal achteraan. Wil je die volgorde niet, gebruik dan denn, dat hetzelfde betekent maar de zin met rust laat.
Mag ik in het Duits met een tijdsbepaling beginnen?
Ja, en dat gebeurt vaak. Alleen schuift het onderwerp dan achter de persoonsvorm: Morgen fahre ich nach Berlin, niet Morgen ich fahre.

Nu zelf invullen

Lezen gaat vanzelf; opschrijven is waar het blijft hangen. 8 zinnen, en bij elk antwoord staat er in één zin bij waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Andere onderwerpen in het Duits

Verder lezen