Duitse grammatica

Duits·Bovenbouw

De gebiedende wijs

Drie vormen, want Duits maakt onderscheid tussen du, ihr en Sie.

Meteen oefenen

3 stappen, 7 oefenzinnen.

Oefenen

Zo loopt dit onderdeel

  1. 1Tegen wie zeg je het?Lezen: de regel met de voorbeelden erbij.
  2. 2Tegen du, ihr of Sie5 zinnen om zelf te maken.
  3. 3Zelf een zin schrijven2 zinnen om zelf te maken.

Nederlands heeft er één ("kom!"), Duits heeft er drie, want het maakt verschil of je het tegen één bekende, tegen een groep of tegen iemand met u zegt.

TegenHoe je hem maaktkommengehensprechen
dude du-vorm zonder -st en zonder duKomm!Geh!Sprich!
ihrgewoon de ihr-vorm, zonder ihrKommt!Geht!Sprecht!
Sieinfinitief plus Sie erachterKommen Sie!Gehen Sie!Sprechen Sie!

De klinkerwissel doet maar half mee

Werkwoorden die e naar i of ie wisselen, houden die wissel in de gebiedende wijs: sprechen → sprich!, geben → gib!, lesen → lies!, nehmen → nimm!. Werkwoorden die a naar ä wisselen doen dat juist níét: fahren → fahr!, schlafen → schlaf!, en dus niet "fähr".

e -> i/ie blijft: Sprich lauter! Gib mir das! Lies das!

a -> ä valt weg: Fahr langsam! Schlaf gut!

sein doet zijn eigen ding

Tegenseinhaben
duSei!Hab!
ihrSeid!Habt!
SieSeien Sie!Haben Sie!

En één woordje maakt van een bevel een verzoek: zet er bitte in en het klinkt meteen vriendelijk. Komm bitte her. Machen Sie bitte die Tür zu.

Veelgestelde vragen

Waarom is het Sprich maar Fahr?
De wisseling van e naar i of ie blijft in de gebiedende wijs staan, die van a naar ä niet. Sprechen wordt Sprich, maar fahren blijft Fahr.

Nu zelf invullen

Lezen gaat vanzelf; opschrijven is waar het blijft hangen. 7 zinnen om zelf te maken, en bij elk antwoord staat er in één zin bij waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Andere onderwerpen in het Duits