Duitse grammatica

Duits·Bovenbouw

De onregelmatige werkwoorden

De rijtjes van drie: infinitief, Präteritum, deelwoord. Zonder die drie kun je geen verleden tijd maken.

Meteen oefenen

4 stappen, 11 oefenzinnen.

Oefenen

Zo loopt dit onderdeel

  1. 1Vijf patronen in plaats van honderd losse woordenLezen: de regel met de voorbeelden erbij.
  2. 2Het Präteritum4 zinnen om zelf te maken.
  3. 3Het deelwoord4 zinnen om zelf te maken.
  4. 4Zelf een zin schrijven3 zinnen om zelf te maken.

Een sterk werkwoord heeft drie vormen die je alle drie nodig hebt: de infinitief, het Präteritum en het voltooid deelwoord. sprechen · sprach · gesprochen. Wie alleen de eerste kent, kan geen enkele zin over gisteren maken.

Ze los uit je hoofd leren is zonde, want ze zitten in groepjes. Leer één werkwoord uit een groepje goed en de rest gaat vanzelf mee.

PatroonVoorbeeldOok zo
i - a - utrinken · trank · getrunkenfinden, singen, springen, binden
ei - ie - iebleiben · blieb · gebliebenschreiben, scheinen, steigen
ei - i - igreifen · griff · gegriffenreiten, schneiden, streiten
e - a - osprechen · sprach · gesprochenhelfen, nehmen, treffen, brechen
ie - o - ofliegen · flog · geflogenziehen, verlieren, schließen
a - u - afahren · fuhr · gefahrentragen, waschen, schlagen, laden

De tien die je het vaakst nodig hebt

InfinitiefPräteritumDeelwoordBetekenis
seinwarist gewesenzijn
habenhattehat gehabthebben
werdenwurdeist gewordenworden
gehengingist gegangengaan
kommenkamist gekommenkomen
sehensahhat gesehenzien
gebengabhat gegebengeven
nehmennahmhat genommennemen
essenhat gegesseneten
fahrenfuhrist gefahrenrijden

Bij het deelwoord staat het hulpwerkwoord erbij, want dat hoort erbij: ist gegangen, hat gesehen. Leer je het zo, dan hoef je later niet meer na te denken over haben of sein.

Veelgestelde vragen

Hoeveel onregelmatige werkwoorden moet ik kennen?
Voor de onderbouw ongeveer veertig, en die zitten in een handvol klinkerpatronen. Leer ze per patroon (trinken-trank-getrunken naast finden-fand-gefunden) in plaats van alfabetisch: dan onthoud je er vier voor de prijs van één.

Nu zelf invullen

Lezen gaat vanzelf; opschrijven is waar het blijft hangen. 11 zinnen om zelf te maken, en bij elk antwoord staat er in één zin bij waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Andere onderwerpen in het Duits