Duitse grammatica

Duits·Bovenbouw

De verleden tijd: het Perfekt

haben of sein, plus een voltooid deelwoord dat helemaal achteraan de zin komt.

Meteen oefenen

8 zinnen, drie trappen per zin.

Oefenen

Als een Duitser vertelt wat hij gisteren deed, gebruikt hij bijna altijd het Perfekt. Het bestaat uit twee stukken die ver uit elkaar staan: het hulpwerkwoord op plek twee, en het voltooid deelwoord helemaal aan het eind.

Ich habe gestern einen Film gesehen.

^hulpwerkwoord ^deelwoord

Wir sind um acht nach Hause gefahren.

haben of sein?

Verreweg de meeste werkwoorden krijgen haben. Alleen deze drie groepen krijgen sein, en die zijn te overzien:

  • Beweging van A naar B: gehen, fahren, kommen, laufen, fliegen, reisen. *Ich bin nach Berlin gefahren.*
  • Verandering van toestand: aufstehen, einschlafen, sterben, wachsen, werden. *Er ist um sechs aufgestanden.*
  • Drie losse gevallen: sein, bleiben en passieren. *Ich bin zu Hause geblieben.*

Het deelwoord maken

SoortVormVoorbeeld
zwak (regelmatig)ge- + stam + -tmachen → gemacht
sterk (onregelmatig)ge- + stam + -ensehen → gesehen
scheidbaarvoorvoegsel + ge- + restaufstehen → aufgestanden
met be-, ver-, er-, ent-, ge-geen ge-verstehen → verstanden
op -ierengeen ge-studieren → studiert

De sterke werkwoorden hebben geen regel: die leer je als rijtje, net als de Engelse. Het goede nieuws is dat het er een stuk of honderd zijn en dat de vijftig meest gebruikte samen negen van de tien zinnen dekken.

Veelgestelde vragen

Wanneer gebruik je sein in het Duitse Perfekt?
Bij beweging van de ene plek naar de andere (gehen, fahren, kommen), bij een verandering van toestand (aufstehen, einschlafen, werden) en bij sein, bleiben en passieren. Al het andere krijgt haben.
Waarom krijgt verstehen geen ge- in het deelwoord?
Werkwoorden met een onbeklemtoond voorvoegsel (be-, ge-, er-, ver-, ent-, emp-, zer-) en werkwoorden op -ieren krijgen nooit een ge-. Dus verstanden, bezahlt, studiert.
Gebruik ik Perfekt of Präteritum?
In spreektaal en in een mondeling gebruik je het Perfekt. Het Präteritum (ich ging, ich sah) staat vooral in geschreven verhalen, met uitzondering van war, hatte en de modale werkwoorden: die zegt iedereen ook gewoon.

Nu zelf invullen

Lezen gaat vanzelf; opschrijven is waar het blijft hangen. 8 zinnen, en bij elk antwoord staat er in één zin bij waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Andere onderwerpen in het Duits

Verder lezen