Franse grammatica

Frans·Bovenbouw

Imparfait of passé composé

De ene vertelt wat er gebeurde, de andere hoe het eromheen was.

Meteen oefenen

8 zinnen, drie trappen per zin.

Oefenen

Frans heeft twee verleden tijden en gebruikt ze naast elkaar in dezelfde zin. Het verschil zit niet in wanneer iets gebeurde, maar in hoe je ernaar kijkt.

Passé composéImparfait
Wat het doetéén gebeurtenis, afde achtergrond, het decor
Vraagwat gebeurde er?hoe was het?
Duurop een momentaan de gang, of steeds opnieuw
VoorbeeldIl a plu hier.Il pleuvait quand je suis sorti.

Het beeld dat helpt

Denk aan een film. De imparfait is het decor: het regende, ik was moe, we woonden in Lyon. De passé composé is wat er dan opeens gebeurt: de telefoon ging, ik stond op, we verhuisden. In één zin: *Je regardais la télé quand le téléphone a sonné.*

De imparfait vormen

Neem de nous-vorm van de tegenwoordige tijd, haal er -ons af, en plak de uitgangen erachter. Dat werkt bij elk werkwoord behalve être.

parler → nous parlons → parl-

je parlais nous parlions

tu parlais vous parliez

il parlait ils parlaient

être → j’étais, tu étais, il était, nous étions…

Vier werkwoorden staan bijna altijd in de imparfait, omdat ze een toestand beschrijven en geen gebeurtenis: être, avoir, pouvoir en vouloir. *J’avais faim. Il était tard.*

Veelgestelde vragen

Hoe kies ik tussen imparfait en passé composé?
Vraag je af of je vertelt wat er gebeurde (passé composé) of hoe het eromheen was (imparfait). Een handeling die begint en eindigt is passé composé; een toestand, gewoonte of iets wat aan de gang was, is imparfait.
Hoe vorm ik de imparfait?
Neem de nous-vorm van de tegenwoordige tijd, haal -ons eraf en zet -ais, -ais, -ait, -ions, -iez, -aient erachter. Alleen être is onregelmatig: j’étais.

Nu zelf invullen

Lezen gaat vanzelf; opschrijven is waar het blijft hangen. 8 zinnen, en bij elk antwoord staat er in één zin bij waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Andere onderwerpen in het Frans

Verder lezen