Frans·Bovenbouw
Imparfait of passé composé
De achtergrond staat in de imparfait, wat er gebeurt in de passé composé.
3 stappen, 10 oefenzinnen
OefenenZo loopt dit onderwerp
- 1Het decor en de gebeurtenisLezen
- 2Welke van de twee6 zinnen
- 3Twee zinnen naast elkaar4 zinnen
Frans heeft twee verleden tijden en die doen niet hetzelfde. De imparfait schetst het decor: hoe het was, hoe laat het was, wat er al aan de gang was. De passé composé vertelt wat er vervolgens gebeurde: één keer, met een begin en een eind.
Il faisait nuit et je dormais. ← decor (imparfait)
Soudain, le téléphone a sonné. ← gebeurtenis (passé composé)
Je me suis levé et j’ai répondu. ← gebeurtenis, gebeurtenis
Woorden die je een richting op duwen
| imparfait | passé composé |
|---|---|
| toujours, souvent, chaque jour | soudain, tout à coup |
| tous les jours, le lundi | un jour, une fois, deux fois |
| avant, autrefois, quand j’étais… | hier, ce matin, en 2019 |
| pendant que… | quand (op het moment dat)… |
Bij een paar werkwoorden verschuift de betekenis mee. Je savais is "ik wist", j’ai su is "ik kwam erachter". Je voulais is "ik wilde", j’ai voulu is "ik besloot". Je connaissais is "ik kende", j’ai connu is "ik heb leren kennen".
Veelgestelde vragen
Hoe kies ik tussen imparfait en passé composé?
Vraag je af of je het decor schetst of vertelt wat er gebeurde. Hoe het was, wat er al aan de gang was en wat je altijd deed: imparfait. Eén afgeronde gebeurtenis met een begin en een eind: passé composé.
Welke signaalwoorden horen bij welke tijd?
Toujours, souvent, chaque jour, autrefois en pendant que wijzen naar de imparfait. Soudain, tout à coup, hier, une fois en een jaartal wijzen naar de passé composé.