Frans·3 min lezen
Le of la: de uitgangen die het bijna altijd verraden
Bijna elke uitgang verraadt of een woord le of la krijgt. Twintig regels die samen het overgrote deel van de woordenlijst afdekken.
Waarom is een tafel vrouwelijk en een boek mannelijk? Daar is geen reden voor, en er is dus ook niets te begrijpen. Wat er wél is, is de vorm van het woord: de laatste paar letters van een Frans zelfstandig naamwoord voorspellen het geslacht verrassend goed.
Dat maakt van gokken beredeneren. Je hebt het niet altijd goed, maar je hebt het veel vaker goed dan de helft, en dat scheelt op een woordenlijst van vijfhonderd woorden een hoop stampwerk.
Uitgangen die vrouwelijk zijn
| Uitgang | Voorbeelden | Klopt? |
|---|---|---|
| -tion, -sion | la nation, la question, la décision | altijd |
| -té, -tié | la liberté, la beauté, la moitié | bijna altijd |
| -ette | la fourchette, la baguette, la cigarette | altijd |
| -ance, -ence | la chance, la différence, la France | bijna altijd |
| -ure | la voiture, la nature, la culture | bijna altijd |
| -ie | la vie, la boulangerie, la sortie | bijna altijd |
| -eur (gevoel of idee) | la couleur, la peur, la chaleur | meestal |
| -esse | la vitesse, la jeunesse, la tristesse | altijd |
Uitgangen die mannelijk zijn
| Uitgang | Voorbeelden | Klopt? |
|---|---|---|
| -age | le fromage, le voyage, le village | bijna altijd |
| -ment | le moment, le gouvernement, le bâtiment | altijd |
| -eau | le bureau, le château, le gâteau | bijna altijd |
| -isme | le tourisme, le racisme, le socialisme | altijd |
| -oir | le couloir, le miroir, le devoir | altijd |
| -in, -ain | le vin, le jardin, le pain | meestal |
| -eur (beroep of apparaat) | le professeur, le moteur, le coiffeur | meestal |
| medeklinker aan het eind | le sport, le train, le lit | meestal |
Wat het geslacht juist niet verraadt
Voor een klinker of een stomme h wordt le én la allebei l’. *L’hôtel*, *l’école*, *l’ami*, *l’heure*: daar zegt het lidwoord niets. Precies bij die woorden moet je het geslacht dus apart bijhouden, want anders staat er straks *un école*.
Hetzelfde geldt voor het meervoud: les hoort bij allebei. *Les vacances* is vrouwelijk, *les cheveux* mannelijk, en aan les zie je dat niet. Leer een meervoudswoord daarom met zijn enkelvoud erbij, of noteer het geslacht ernaast.
In je eigen lijst in Woordvos zet je dat tussen haakjes achter het woord: `l’hôtel (m)`, `les vacances (mv f)`. Dan kleurt de confetti mee en weet je het bij het overhoren alsnog.
Waarom het geslacht ertoe doet
Eén fout lidwoord is geen ramp, maar het geslacht trekt de rest van de zin mee. Het bijvoeglijk naamwoord buigt mee (*une voiture noire*), het bezittelijk voornaamwoord verandert (*mon* of *ma*), en in de passé composé met être komt er een -e bij. Eén verkeerde gok wordt zo drie fouten in dezelfde zin.
la voiture → une petite voiture noire
le vélo → un petit vélo noir
Hoe die overeenkomst precies werkt staat bij het bijvoeglijk naamwoord.
Leer het lidwoord mee, nooit los
Zet in je woordenlijst nooit table = tafel, maar la table = de tafel. Wie het woord eerst kaal leert en het lidwoord later erbij zoekt, doet het werk twee keer en onthoudt het half. Voor de woorden met l’ helpt het om er in gedachten *une* of *un* voor te zetten: *un hôtel*, *une école*. Daar hoor je het wel.
Verder werkt het net als bij Duits: een kleur aan het geslacht hangen en die overal aanhouden. In Woordvos schiet de confetti roze bij la en blauw bij le, en na twee weken zie je die kleur eerder dan het woordje.
Veelgestelde vragen
- Hoe weet ik of een Frans woord le of la krijgt?
- Kijk naar de uitgang. Woorden op -tion, -té, -ette, -ance, -ure en -esse zijn vrouwelijk; woorden op -age, -ment, -eau, -isme en -oir zijn mannelijk. Dat dekt het grootste deel van een gewone woordenlijst.
- Wat doe ik met woorden die met l’ beginnen?
- Daar verraadt het lidwoord niets, dus noteer het geslacht apart. Zet in gedachten un of une ervoor: un hôtel, une école. Daar hoor je wel welke het is.
- Maakt het echt uit of ik le of la zeg?
- Voor het begrip meestal niet, maar op papier wel: het bijvoeglijk naamwoord, het bezittelijk voornaamwoord en het deelwoord na être buigen allemaal mee. Eén verkeerde gok wordt dan drie fouten in dezelfde zin.