Latijnse grammatica

Latijn·Examen

De ablativus absolutus

Twee woorden in de ablativus die samen een hele bijzin vervangen.

Meteen oefenen

3 stappen, 5 oefenzinnen.

Oefenen

Zo loopt dit onderdeel

  1. 1Twee losse woorden met hun eigen verhaalLezen: de regel met de voorbeelden erbij.
  2. 2Herkennen en vertalen4 zinnen om zelf te maken.
  3. 3Zelf een zin schrijven1 zinnen om zelf te maken.

Een ablativus absolutus bestaat uit een zelfstandig naamwoord en een deelwoord, allebei in de ablativus, die samen een bijzin vormen. "Absolutus" betekent losgemaakt: ze hebben geen enkele band met de rest van de zin.

Urbe capta, milites domum redierunt.

ablativus abs. hoofdzin

Toen de stad was ingenomen, keerden de soldaten naar huis.

De vier vertalingen

Je vertaalt hem altijd met een bijzin, en welk voegwoord je kiest, haal je uit de betekenis. Er staat geen woordje dat het je verklapt, dus je moet zelf beslissen wat er logisch is.

BetekenisVertalingVoorbeeld
tijdtoen, nadatUrbe capta, milites redierunt.
oorzaakomdatDuce interfecto, milites fugerunt.
voorwaardealsHis rebus factis, vincemus.
toegevinghoewelMultis vulneribus acceptis, pugnavit.

Met welk deelwoord?

  • Met een participium perfectum gebeurde het eerder: urbe capta = nadat de stad was ingenomen.
  • Met een participium praesens gebeurt het tegelijk: patre dormiente = terwijl de vader sliep.
  • Zonder deelwoord, met een naamwoord: Cicerone consule = toen Cicero consul was. Er is geen deelwoord van esse, dus dan staan er twee naamwoorden.

Veelgestelde vragen

Hoe herken ik een ablativus absolutus?
Aan twee woorden in de ablativus, meestal een naamwoord en een deelwoord, die met niets in de hoofdzin te maken hebben. Kun je ze nergens aan vasthaken als middel, plaats of tijd, dan is het er een.

Nu zelf invullen

Lezen gaat vanzelf; opschrijven is waar het blijft hangen. 5 zinnen om zelf te maken, en bij elk antwoord staat er in één zin bij waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Andere onderwerpen in het Latijn