Latijn·Examen
De accusativus cum infinitivo
Na "zeggen", "denken" en "horen" wordt het onderwerp een accusativus en het werkwoord een infinitief.
Meteen oefenen
3 stappen, 6 oefenzinnen.
Zo loopt dit onderdeel
- 1Latijn zegt niet "dat"Lezen: de regel met de voorbeelden erbij.
- 2Herkennen en vertalen4 zinnen om zelf te maken.
- 3Zelf een zin schrijven2 zinnen om zelf te maken.
Nederlands zegt: "ik zie dat de jongen komt". Latijn zegt: puerum venire video, letterlijk "ik zie de jongen komen". Het onderwerp van de bijzin staat in de accusativus, en het werkwoord wordt een infinitief.
Video puerum venire.
acc. inf.
Ik zie dat de jongen komt.
Welke werkwoorden roepen een aci op?
- zeggen en schrijven: dico, narro, scribo, respondeo, nego.
- denken en weten: puto, credo, scio, spero, intellego.
- waarnemen: video, audio, sentio.
- gevoel: gaudeo, doleo, miror.
De infinitief zegt wanneer het gebeurt
Er zijn drie infinitieven, en ze zeggen niet wanneer iets gebeurde maar hoe het ligt ten opzichte van het hoofdwerkwoord: tegelijk, eerder of later.
| Infinitief | Voorbeeld | Ligt | Vertaling |
|---|---|---|---|
| praesens | venire | tegelijk | dat hij komt / kwam |
| perfectum | venisse | eerder | dat hij gekomen is / was |
| futurum | venturum esse | later | dat hij zal komen / zou komen |
Dixit puerum venire. hij zei dat de jongen kwam
Dixit puerum venisse. hij zei dat de jongen gekomen was
Dixit puerum venturum esse. hij zei dat de jongen zou komen
Veelgestelde vragen
- Wanneer moet ik een aci verwachten?
- Na werkwoorden van zeggen, denken, weten en waarnemen: dico, puto, scio, video, audio. Zie je zo’n werkwoord met daarna een accusativus en een infinitief, dan is het een aci.
- Hoe vertaal ik de drie infinitieven?
- De infinitief praesens ligt tegelijk met het hoofdwerkwoord, de perfectum ervoor en de futurum erna. Wat dat in het Nederlands wordt, hangt af van de tijd van het hoofdwerkwoord.