Latijnse grammatica

Latijn·Bovenbouw

Comparativus en superlativus

Sterker, sterkst: -ior en -issimus, en een ablativus in plaats van "dan".

Meteen oefenen

3 stappen, 6 oefenzinnen.

Oefenen

Zo loopt dit onderdeel

  1. 1Twee uitgangen en twee manieren om te vergelijkenLezen: de regel met de voorbeelden erbij.
  2. 2De trappen maken4 zinnen om zelf te maken.
  3. 3Zelf een zin schrijven2 zinnen om zelf te maken.

Neem de stam van het bijvoeglijk naamwoord (uit de genitivus) en plak er -ior achter voor de vergrotende trap, of -issimus voor de overtreffende.

GewoonComparativusSuperlativus
longus (lang)longiorlongissimus
fortis (dapper)fortiorfortissimus
felix (gelukkig)feliciorfelicissimus
pulcher (mooi)pulchriorpulcherrimus
facilis (makkelijk)faciliorfacillimus

Let op de laatste twee rijen: woorden op -er krijgen -errimus, en een handvol op -ilis krijgt -illimus. Dat zijn de enige twee uitzonderingen die je nodig hebt.

Hoe ze verbuigen

De comparativus gaat als een zelfstandig naamwoord van de derde declinatie: longior, longioris, longiorem, en onzijdig longius. De superlativus gaat gewoon als bonus, bona, bonum.

De vier onregelmatige

GewoonComparativusSuperlativusBetekenis
bonusmelioroptimusgoed
maluspeiorpessimusslecht
magnusmaiormaximusgroot
parvusminorminimusklein
multipluresplurimiveel

Twee manieren om "dan" te zeggen

Of je gebruikt quam met dezelfde naamval erna, of je zet het woord waarmee je vergelijkt in de ablativus en laat quam weg. Allebei goed, en ze betekenen hetzelfde.

Marcus fortior est quam Titus. met quam

Marcus fortior est Tito. met de ablativus

Veelgestelde vragen

Hoe zeg je "dan" in het Latijn?
Met quam plus dezelfde naamval (fortior quam Titus), of door het woord in de ablativus te zetten en quam weg te laten (fortior Tito). Allebei komt het even vaak voor.

Nu zelf invullen

Lezen gaat vanzelf; opschrijven is waar het blijft hangen. 6 zinnen om zelf te maken, en bij elk antwoord staat er in één zin bij waarom het zo is.

Beginnen met oefenen

Andere onderwerpen in het Latijn