Frans·3 min lezen
Franse werkwoorden: waarom vier vormen hetzelfde klinken
Je parle, tu parles, il parle en ils parlent klinken precies eender. Daarom moet je vervoegingen typen en niet overhoren.
Franse vervoegingen zijn een raar geval. Je kunt ze foutloos opzeggen en er toch elke keer op zakken, en dat komt door iets wat niemand je vertelt: bij een gewoon werkwoord op -er klinken vier van de zes vormen precies hetzelfde.
je parle ]
tu parles ] klinken alle vier
il parle ] hetzelfde: "parl"
ils parlent ]
nous parlons vous parlez
Hardop overhoren voelt daardoor geweldig en levert niets op. Je hoort geen verschil, dus je oefent het verschil niet. Alleen door het op te schrijven kom je erachter of je het weet.
Typ ze, ook al is het meer werk
Dit is de enige plek waar we zonder aarzelen zeggen: doe het niet mondeling. Zet een rijtje neer, typ de zes vormen uit, en kijk pas daarna. Wie in zijn hoofd oefent, oefent alleen de klank, en op een proefwerk staat de klank er niet.
Vijftien werkwoorden dekken het meeste
De onregelmatige werkwoorden zijn met een stuk of vijftien op te tellen, en die zitten in bijna elke zin: être, avoir, aller, faire, pouvoir, vouloir, devoir, savoir, venir, prendre, mettre, voir, dire, partir, sortir.
De eerste twee doen dubbel werk, want zonder avoir en être kun je geen passé composé maken. Begin daar, en het rendement van die avond is groter dan van welke andere avond ook.
De drie groepen, en waarom ze minder werk zijn dan het lijkt
| Groep | Hoeveel | Wat je moet weten |
|---|---|---|
| -er | ongeveer 90% | Eén rijtje uitgangen. Kun je er één, dan kun je ze allemaal. |
| -ir | ongeveer 6% | Let op de -iss- in het meervoud: nous finissons. |
| -re | de rest | Bij il valt de uitgang weg: il vend, il prend. |
Negen van de tien Franse werkwoorden zitten dus in de makkelijkste groep. Het voelt zwaarder dan het is, omdat de vijftien onregelmatige nu eenmaal het vaakst langskomen en daardoor de hele indruk bepalen.
Leer een vorm nooit los van een zin
Een kale vervoeging blijft een rijtje. Zet er één korte zin bij die je echt zou kunnen zeggen, en de vorm heeft ergens om aan vast te zitten.
nous prenons → Nous prenons le train de sept heures.
ils vont → Ils vont au cinéma ce soir.
tu peux → Tu peux venir avec nous ?
Zulke zinnen zijn ook precies wat je bij een mondeling nodig hebt, dus je doet het werk maar één keer.
De vier accenten die je niet mag vergeten
Bij een aantal veelgebruikte werkwoorden verspringt er een accent of verdubbelt een letter, en altijd op dezelfde plekken: overal behalve bij nous en vous.
acheter → j’achète maar nous achetons
préférer → je préfère maar nous préférons
appeler → j’appelle maar nous appelons
jeter → je jette maar nous jetons
Het patroon is steeds hetzelfde: valt de klemtoon op die lettergreep, dan verandert er iets. Bij nous en vous ligt de klemtoon verderop en blijft alles zoals het was. De hele tabel staat bij de tegenwoordige tijd.
Een schema voor een week
- Dag 1. être en avoir, allebei uitgeschreven. Daarna vijf zinnen waarin ze voorkomen.
- Dag 2. aller, faire en prendre. Schrijf ze op, dan de vorige twee kort overhoren.
- Dag 3. Niets nieuws: alleen alles wat er staat, getypt, in een andere volgorde.
- Dag 4. pouvoir, vouloir, devoir. Deze drie lijken op elkaar, dus doe ze samen.
- Dag 5. Alles door elkaar, en alleen de vormen die eerder misgingen nog een keer.
Zet je die vormen als zinnenlijst in Woordvos, dan hoef je zelf niet bij te houden wat er misging: dat komt aan het eind van de ronde vanzelf terug.
Veelgestelde vragen
- Waarom kan ik Franse vervoegingen wel opzeggen maar niet opschrijven?
- Omdat je parle, tu parles, il parle en ils parlent alle vier hetzelfde klinken. Hardop overhoren oefent alleen de klank; het verschil zit in de spelling, en dat merk je pas als je het typt.
- Welke Franse werkwoorden moet ik als eerste kennen?
- être en avoir, want die heb je ook nodig voor de passé composé. Daarna aller, faire, prendre, pouvoir, vouloir, devoir en venir. Met een stuk of vijftien onregelmatige kom je een heel eind.